Huishoudelijk Reglement

Vereniging van Amateurtuinders “Tot Ieders Genoegen”

Opgericht 20 december 1963

Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nr. 40594237

Lid van het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland

Inhoud:

1. Inleiding
2. Tuincomplexen
3. Lidmaatschap
4. Jaarlijkse bijdragen
5. Bestuur
6. Afzonderlijke taken bestuursleden
7. Vergaderingen
8. Kandidaatstelling
9. Stemmen
10. Commissies
11. Complexcommissies
12. Inkoopcommissie
13. Commissie verenigingsgebouw
14. Bouw- en taxatiecommissie
15. Procedure aanvraag bouwvergunning
16. Kascommissie
17. Redactiecommissie
18. Tuincontrolecommissie
19. Commissie website
20. Overige commissies
21. Toewijzing tuinen en verplichtingen van tuingebruikers
22. Beëindiging van de tuingebruiksovereenkomst
23. Samen tuinieren
24. Onderhoud van de complexen
25. Gemeenschappelijk werk
26. Onttrekking aan het gemeenschappelijke werk
27. Beplanting van de tuin
28. Ziektebestrijding
29. Afscheidingen van de tuinen
30. Vuilnis
31. Mechanisch/elektrisch aangedreven gereedschap
32. Verbodsbepalingen
33. Bouwvoorschriften
34. Algemene bepalingen
35. Boete procedure
36. Imkerreglement
37. Ereleden en leden van verdiensten
38. Jubilarissen
39. Wijziging van het Huishoudelijk reglement
40. Slotbepalingen
Terug naar begin
Artikel 1: Huishoudelijk Reglement

Het Huishoudelijk reglement is een aanvulling op de Statuten van de vereniging en bevat o.a. afspraken, regels, richtlijnen, procedures en werkwijzen die van toepassing zijn op de tuincomplexen van de vereniging. Het Huishoudelijk reglement is ondergeschikt aan de Statuten.

In die gevallen waarin het Huishoudelijk reglement niet voorziet, beslist het bestuur van de vereniging, behoudens goedkeuring van de Algemene ledenvergadering. Wijziging en aanvullingen worden in de Algemene ledenvergadering goedgekeurd met een gewone meerderheid van stemmen.

Terug naar begin
Artikel 2:Tuincomplexen

De vereniging kent twee tuincomplexen:

‘De Akermaat’, gelegen aan de Zuidermaatweg 3 te Heemskerk

‘Bickershof’, gelegen aan de Noorddorperweg 20 te Heemskerk

Terug naar begin
Artikel 3: Lidmaatschap

  1. Leden zijn zij, die zich schriftelijk hebben opgegeven en het bewijs van lidmaatschap hebben ontvangen. Zij dienen woonachtig te zijn in: Heemskerk, Beverwijk, Castricum of Uitgeest.
  2. Het bewijs van lidmaatschap over enig jaar wordt verstrekt nadat de contributie over dat jaar is voldaan.
  3. Gelijktijdig met het bewijs van lidmaatschap ontvangen de leden zonder tuin een exemplaar van de Statuten.
  4. De leden met een tuin ontvangen daarnaast een exemplaar van het Huishoudelijk reglement en de van toepassing zijnde regels en aanvullende informatie voor het betreffende complex.
  5. Donateurs zijn zij die zich schriftelijk hebben opgegeven en een bewijs van betaling hebben ontvangen.

Terug naar begin
Artikel4: Jaarlijkse Bijdragen

1. De contributie voor elk volgend verenigingsjaar wordt op basis van de prijsindex, zoals aangegeven in artikel 15 lid 3 van de Statuten, per 1 augustus van het lopende verenigingsjaar door het bestuur vastgesteld.
3. Voor leden met een tuin geldt een opslag, die per complex kan verschillen. Deze opslag is o.a. mede afhankelijk van de grootte van de tuin waarvoor een tuingebruiksovereenkomst is afgesloten evenals specifieke complexgebonden voorzieningen.
4. De contributie van de donateurs moet voor 1 december worden voldaan.
5. De leden moeten hun financiële verplichtingen aan de vereniging bij vooruitbetaling, na mededeling in het verenigingsblad en/of  op de website van de vereniging, voldoen. De betalingen geschieden door het afgeven van een automatische incasso. Bij niet tijdige betaling kunnen de gemaakte kosten tot inning op de betrokken leden worden verhaald.
6. Onder bijzondere omstandigheden kan het dagelijkse bestuur aan leden met een tuin uitstel of spreiding van de betaling verlenen voor een vastgestelde tijd of termijn(en).

Terug naar begin
Artikel 5: Bestuur

  1. In dit reglement wordt onder het bestuur verstaan de door de Algemene ledenvergadering gekozen en benoemde bestuursleden, die de leiding vormen van de vereniging.
  2. Het Dagelijks Bestuur (DB) van de vereniging wordt gevormd door de voorzitter, de secretaris en de penningmeester.
  3. Per tuincomplex kan door en uit de leden van dat complex een complexcommissie worden gekozen, die onder verantwoording van het verenigingsbestuur functioneert. Een complexcommissielid kan door verkiezing tijdens een Algemene ledenvergadering ook deel uitmaken van het verenigingsbestuur.

Terug naar begin
Artikel 6: Afzonderlijke taken van de bestuursleden zijn:

  1. De voorzitter is belast met:
    – De leiding van de vergadering van het DB, het bestuur en de Algemene ledenvergadering.
    – De zorg voor het uitvoeren van alle besluiten in voormelde vergadering genomen.
    – De zorg voor stipte naleving van de Statuten en het Huishoudelijk reglement.
  2. De secretaris:
    – Voert de correspondentie.
    – Verzendt de convocaties voor de vergaderingen.
    – Bewaart de brieven en afschriften van de in- en uitgaande stukken.
    – Van elke vergadering worden door de secretaris, of een ander daarvoor aangewezen bestuurslid notulen opgemaakt. Deze worden op de eerstvolgende vergadering vastgesteld  en na goedkeuring ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
    – Geeft aan het einde van elk verenigingsjaar een algemeen jaaroverzicht.
    – In geval van aftreding draagt hij/zij de gehele administratie, evenals alle eigendommen van de vereniging binnen 14 dagen over aan zijn opvolger. Alle correspondentie dient voor de duur van 7 jaar te worden bewaard uit historische overwegingen en voor de vereniging belangrijke stukken voor onbepaalde tijd.
  3. De penningmeester draagt zorg voor:
    – De invordering van contributies, bijdragen, boetes en andere inkomsten tegen afgifte van een door hem ondertekende kwitantie.
    – Het indienen van een begroting, speciaal betreffende alle kostensoorten met het bedrag per kostensoort, waarop voor het nieuwe aansluitende boekjaar alle uitgaven worden vastgesteld. Deze begroting moet tenminste 14 dagen voor het einde van het lopende boekjaar ter goedkeuring aan het bestuur worden voorgelegd.
    – Betaling van de rekeningen, die het gevolg zijn van de door het bestuur genomen besluiten, en de regeling van alle betalingen, één en ander tegen ontvangst van behoorlijke betalingsbewijzen.
    – Hij zal zonder machtiging van het bestuur geen betalingen mogen verrichten, wanneer het eindbedrag van de begroting voor de betreffende kostensoort is bereikt.
    – Het in bewaring geven van gelden of geldswaardige papieren geschiedt bij een door het bestuur aangewezen bank of soortgelijke instelling. Voor de terugvordering worden de handtekeningen vereist van de leden van het DB.
    – Het indienen van voorstellen bij het bestuur over beleggingen.
    – Het opmaken van een balans aan het einde van het boekjaar en de baten en lastenrekening over het afgelopen boekjaar. Alle daarop betrekking hebbende stukken en bescheiden dienen tenminste 10 jaar te worden bewaard. Het bestuur bepaalt jaarlijks het bedrag dat hij als kasgeld onder zijn berusting mag hebben. Het meerdere zal bij een door het bestuur aangewezen bank of soortgelijke instelling worden gedeponeerd.
    – Bij wanbeheer kan het bestuur, na overleg met de kascontrolecommissie tot onmiddellijke schorsing overgaan.  In geval van schorsing of aftreding draagt hij de gehele financiële administratie, evenals alle bewijsstukken en eigendommen van de vereniging op eerste vordering van de voorzitter en/of het bestuur, over aan zijn waarnemer of opvolger.
  4. De overige bestuursleden:
    Worden geacht de door hen aanvaarde taak zo goed mogelijk te vervullen, regelmatig verslag uit te brengen van hun activiteiten en het DB te steunen en te informeren over zaken die de vereniging betreffen.
  5. Het Dagelijks Bestuur:
    Is belast met de dagelijkse leiding en vertegenwoordigt de vereniging in en buiten rechten, na machtiging door het bestuur.  Alle besluiten van het Dagelijks Bestuur dienen op de eerstvolgende bestuursvergadering te worden bekrachtigd.

Terug naar begin
Artikel 7: Vergaderingen.

  1. Van het Dagelijks Bestuur:
    Deze worden gehouden op verzoek van de voorzitter of op verzoek van 2 bestuursleden. Een vergadering van het DB heeft geldigheid, indien alle leden van het DB aanwezig zijn.
  2. Van het Algemene bestuur:
    Deze worden zo vaak als nodig gehouden, doch ten minste eenmaal per 6 weken. Zij worden gehouden op verzoek van de voorzitter, ten minste 3 bestuursleden, of een commissie. Een
    vergadering van het bestuur heeft geldigheid, indien ten minste 2 leden van het DB en de helft van de overige bestuursleden aanwezig zijn.
  3. Van de leden (Algemene ledenvergadering):
    Voor een Algemene ledenvergadering wordt aan alle leden een convocatie en een agenda toegezonden. Zie Statuten artikel 21 lid 1 en lid 2. Betreffende voorstellen voor de Algemene ledenvergadering, zie Statuten artikel 21 lid 3 t/m 6. Indien in een Algemene ledenvergadering, de beschrijvingsbrief, de agenda en de voorstellen ten behoeve van het congres van het AVVN aan de orde komen, zullen deze stukken ten minste 5 werkdagen vóór de vergadering ter inzage liggen, of worden meegestuurd met de convocatie en de agenda.

Terug naar begin
Artikel 8: Kandidaatstelling

  1. Verkiesbare leden voor een bestuurs- of een andere functie zijn de leden, die ten minste één jaar lid zijn van de vereniging, gerekend vanaf de dag waarop men gekozen kan worden. Zij dienen voorts de leeftijd van 21 jaar te hebben en in het volle genot te zijn van hun burgerlijke rechten.
  2. Verkiesbare kandidaten dienen ten minste 5 werkdagen vóór de vergadering, waar in de vacature(s) zal (zullen) worden voorzien, door 5 stemgerechtigde leden, de kandidaten niet
    inbegrepen, schriftelijk aan het secretariaat te worden opgegeven.
  3. Aan de kandidaatstelling behoort een schriftelijke verklaring te worden toegevoegd, waaruitblijkt dat de kandidaat een eventuele benoeming zal aanvaarden.
  4. Gekozen kandidaten treden na hun verkiezing onmiddellijk in functie.
  5. In buitengewone gevallen kan, met machtiging van het bestuur, van de in lid 1 genoemde termijn worden afgeweken.

Terug naar begin
Artikel 9:Stemmen

  1. Indien er verkiezingen voor één of meer bestuursfuncties plaatsvinden en er zijn niet meer kandidaten dan vacatures, dan vindt de benoeming bij enkelvoudige kandidaatstelling plaats.
  2. Indien er meer kandidaten dan vacatures zijn, wordt er schriftelijk gestemd over alle verkiesbare kandidaten, ook eventuele aftredende en zich herkiesbaar stellende bestuursleden.
  3. Bij schriftelijke stemming dient er op verzoek van de voorzitter uit en door de vergadering een verkiezingscommissie van 3 personen te worden gevormd, waarvan ten hoogste één bestuurslid.
  4. Op het stembriefje vermeldt men in aflopende mate van voorkeur de kandidaten, doch niet meer dan het aantal vacatures waarin voorzien kan worden.
  5. Andere mededelingen, onduidelijkheden of ondertekening van het stembriefje maken dit ongeldig.

Terug naar begin
Artikel 10: Commissies

  1. De vereniging kent verschillende commissies te weten:
    – tuincomplexcommissie ‘De Akermaat’
    –  tuincomplexcommissie ‘Bickershof’
    –  inkoopcommissie
    –  commissie verenigingsgebouw ‘Noorderlicht’
    –  bouw- en taxatiecommissie
    –  kascommissie
    –  redactiecommissie
    –  tuincontrolecommissie
    –  commissie website
    –  overige commissies
  2.  De verschillende commissies binnen de vereniging bestaan uit ten minste drie personen
    –  De voordracht tot commissielid behoeft de goedkeuring van het bestuur.
    –  De taakverdeling vindt plaats in onderling overleg binnen de commissie, waaronder een commissievertegenwoordiging bestaande uit een voorzitter en secretaris, en indien de commissie een financieel beheer voert een penningmeester.
    –  Het overzicht van de taakverdeling en mutaties dienen zo spoedig mogelijk ter kennis van het bestuur gebracht te worden.
  3. De penningmeester van elke commissie brengt ongevraagd regelmatig, doch tenminste viermaal per verenigingsjaar, een tussentijds verslag uit over de financiën aan de penningmeester van de vereniging.
  4. De penningmeester van een commissie mag geen deel uitmaken van de kascommissie.
  5. Alle commissies functioneren onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de vereniging en zij dienen regelmatig verslag uit te brengen aan het bestuur o.a. doormiddel van:
    –  de notulen van de commissievergaderingen,
    –  een algemeen verslag van het afgelopen jaar,
    –  een voorlopig plan en een begroting voor het volgende verenigingsjaar.

Terug naar begin
Artikel 11: Complexcommissies

  1. Voor de complexcommissies gelden met betrekking tot de vergaderingen, verkiezingen, kandidaatstelling en stemmen dezelfde voorwaarden, rechten en verplichtingen als voor de Algemene ledenvergadering.
  2. De complexcommissies houden eenmaal per jaar hun complexjaarvergadering, waarin verkiezingen en het financiële verslag aan de orde komen en verder voor zover men dit nodig acht.
  3. Het verenigingsbestuur zal van het betreffende complex een uitnodiging ontvangen voor de complexjaarvergadering.

Terug naar begin

Artikel 12: Inkoopcommissie

De inkoopcommissie draagt zorg voor:

a. Het bij voldoende vraag inkopen van door de leden gewenste artikelen.
b. Het in voorraad en opslag houden van gangbare en niet aan bederf onderhevige artikelen.
c. Een goede en overzichtelijke administratie van de inkomsten en uitgaven, evenals van de goederenspecificatie ingekochte artikelen.
d. Dat aan het einde van het boekjaar de balans wordt opgemaakt met vermelding van de goederenspecificatie.
e. Dat er geen inkopen worden afgesloten dan voor bedragen die de commissie zelf kan verschaffen, tenzij na goedkeuring door het bestuur.
f. Een overzichtelijk verslag van het afgelopen jaar voor de Algemene ledenvergadering.
g. Het naleven van de gewasbeschermingsmiddelenwet.
h. Een geringe winstmarge ter dekking van de kosten is toegestaan.

Terug naar begin
Commissie Verenigingsgebouw

Artikel 13

Deze commissie is belast met de exploitatie van het verenigingsgebouw en draagt zorg voor:

a. Het bij voldoende vraag, inkopen van door de leden gewenste artikelen.
b. Het doelmatig in voorraad en opslag houden van gangbare artikelen en het op de juiste wijze bewaren van aan bederf onderhevige artikelen.
c. Een goede en overzichtelijke administratie van de inkomsten en uitgaven, evenals van de ingekochte en verkochte artikelen.
d. Dat aan het einde van het boekjaar de balans wordt opgemaakt met vermelding van de goederenspecificatie.
e. Dat er geen inkopen worden afgesloten dan voor bedragen, die de commissie zelf kan verschaffen, tenzij na goedkeuring van het bestuur.
f. Een overzichtelijk verslag van het afgelopen jaar voor de Algemene ledenvergadering.
g.  Het naleven van de wet met betrekking tot het Horeca- en Drankenbesluit.
h. Het naleven van de Warenwetregeling en te werken volgens het hygiëne controle systeem.

Terug naar begin
Artikel 14: Bouw- en Taxatiecommissies

  1. We kennen binnen onze vereniging voor beide complexen een bouw- en taxatiecommissie, die als adviesorgaan van het complexbestuur zorgdragen voor:

a.  Een goede administratie over het uitgeven van bouw- en verbouwvergunningen.
b. De naleving van de “bouwvoorschriften” die zijn opgenomen in artikel 33, sub A t/m M in dit Huishoudelijk reglement.
c. Controle van de opstallen vooraf, bij verkoop c.q. overdracht van een tuin aan een nieuwe gebruiker, of deze opstallen voldoen aan het Huishoudelijk reglement.
d. Het uitzetten van huisjes en kasjes volgens de rooilijnen en de controle daarop.
e. Het inwinnen van inlichtingen over de wijze waarop een lid, dat de wens tot bouwen kenbaar heeft gemaakt, zijn tuin beheert en onderhoudt, waarna dit met het advies over de opstal zelf, aan het complexbestuur wordt voorgelegd.
g. Het toezicht op de naleving van de gemeentelijke verordeningen of die van het polderbestuur, nutsbedrijven en/of andere (semi-)overheidsinstellingen.
h. Een verslag over de bouwactiviteiten van het afgelopen jaar op de Algemene ledenvergadering.
i. Een taxatieprijs van opstallen (tuinhuisjes en kweekkasjes), op schriftelijk verzoek van het bestuur of de verkoper van de desbetreffende opstallen. Getaxeerd wordt alleen wat in overeenstemming is met het Huishoudelijk reglement. De taxatieprijs van de opstallen zal aan het bestuur worden meegedeeld. De taxatiekosten zijn voor rekening van de verkoper van de opstallen. De opbrengsten van de taxaties vloeien terug naar de verenigingskas. De taxaties worden uitgevoerd volgens de richtlijnen van het AVVN. De Algemene ledenvergadering bepaalt de maximale waarde voor nieuwe opstallen en uit te geven tuinen. Deze worden om de drie jaar geïndexeerd.
j. Een cartotheek van alle op het complex aanwezige opstallen, met daarin per tuin opgenomen:
– Alle op de tuin aanwezige opstallen, inclusief hun afmetingen
– Bouwjaar van de opstal
– De uitvoering van de opstallen (gebruikte materialen)
– De eventuele wijzigingen die in de loop van de tijd zijn aangebracht
– De oorspronkelijke bouwprijs
– In voorkomende gevallen de data van achtereenvolgende overdrachten en de prijzen die er bij de overdrachten van de opstallen zijn betaald.

Terug naar begin
Artikel 15: Procedure Aanvraag bouwvergunning

  1. Voor het plaatsen van een opstal of voorziening op de tuin is een bouwvergunning nodig. De tuinder dient daartoe middels het formulier ‘Aanvraag bouwvergunning / toestemming’ een verzoek te richten aan het desbetreffende complexbestuur.
  2. In de bouwaanvraag dient duidelijk te worden aangegeven het object waarvoor toestemming wordt gevraagd, voorzien van een duidelijke tekening met de afmetingen en toe te passen materialen van het object.
  3. Voor een blokhut/huisje dient tevens te worden aangegeven de toe te passen materialen van:
    – de ombouw, dakbedekking, fundering en toe te passen kleur.
  4. Het commissielid van de bouwcommissie beoordeeld of de aanvragen voldoen aan de bouwvoorschriften. Zie artikel 33.
  5. Na goedkeuring van het commissielid bouwaanvragen wordt de aanvraag ter goedkeuring aan het complexbestuur voorgelegd.  Na goedkeuring of afwijzing door het complexbestuur wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld door de secretaris van het complexbestuur.
  6. Voor een blokhut/ tuinhuisje, dient tevens de goedkeuring van het algemeen bestuur. De beslissing van het algemeen bestuur wordt door de secretaris van het algemeen bestuur schriftelijk aan de aanvrager meegedeeld.

De complexcommissie adviseert het algemeen bestuur: goed- of afkeuring schriftelijk door secretaris complex en bij goedkeuring volgt tevens bouwvergunning door secretaris complex.

Terug naar begin
Artikel 16: Kascommissie

Zie Statuten Artikel 17

Terug naar begin
Artikel 17: Redactiecommissie

a. De redactiecommissie, waarvan een lid tevens bestuurslid is, verzorgt het drukken van
het verenigingsblad, notulen en convocaties ten behoeve van vergaderingen, catalogi van · tentoonstellingen, circulaires voor evenementen binnen de vereniging en ander drukwerk voor de · vereniging.
b. De commissie is verantwoordelijk voor het aanvragen van offertes en de aanbesteding van door derden te verrichten drukwerk en de in eigenbeheer benodigde materialen en dient daartoe een aanvraag met de begrootte kosten in bij de penningmeester.
c. De leden van de commissie zijn met betrekking tot notulen en andere officiële stukken tot geheimhouding verplicht.
d. Over het plaatsen van artikelen in het verenigingsblad beslist de commissie, bij twijfel beslist het bestuur.
e. De commissie is verantwoordelijk voor de bezorging van het verenigingsblad aan de leden.

Terug naar begin
Artikel 18: Tuincontrolecommissie

a. Deze commissie draagt zorg voor het toezicht op de naleving van wat is bepaald in de Statuten en het Huishoudelijk reglement met betrekking tot het tuinieren van de leden.
b. Zij handelen in opdracht van de betreffende complexcommissies. De leden van de commissie maken, zo vaak als nodig is, controleronden over het complex en melden zaken die strijdig  zijn met wat in de Statuten en het Huishoudelijk reglement is bepaald, aan de complexcommissies en namens hen aan het betreffende lid.

Terug naar begin
Artikel 19: Commissie website

  1. De commissie website heeft tot doel de verenigingswebsite te onderhouden en op een gebruiksvriendelijke manier toegankelijk te maken en te houden voor haar leden en belangstellenden door:
    a. De website up-to-date te houden
    b. Te voorzien van actuele bestuurs-, complex en commissie informatie alsmede externe informatie die van belang kan zijn voor de vereniging en/of haar leden.
    c. Het plaatsen van links en/of afbeeldingen met commerciële inhoud is verboden, mits schriftelijke toestemming van het algemeen bestuur.
  2. De commissie bestaat uit zoveel leden als nodig is om het doel te verwezenlijken, doch in ieder geval uit de webbeheerder, een lid van het bestuur en leden die door hun kennis en expertise een wezenlijke bijdrage kunnen leveren.
  3. Anoniem ingezonden stukken worden niet geplaatst evenals stukken of verhalen met een kwetsende of beledigende inhoud.
  4. Vragen betreffende bestuurs of commissiebeslissingen worden niet op de website geplaatst maar dienen uitsluitend schriftelijk aan de secretaris van het bestuur of de betreffende commissie te worden gestuurd.
  5. Het plaatsen van externe stukken geschiedt alleen met bronvermelding en of toestemming van de betreffende auteur.

Terug naar begin
Artikel 20: Overige Commissies

Deze commissies kunnen worden belast met de organisatie van onder andere tentoonstellingen, cursussen, excursies en ontspannende nevenactiviteiten en dragen zorg voor:

a. Een goede en overzichtelijke administratie van de inkomsten en uitgaven per deelactiviteit.
b. Dat er aan het einde van het boekjaar een balans en een financieel verslag worden opgemaakt, die aan het bestuur en aan de Algemene ledenvergadering zullen worden gepresenteerd.

Terug naar begin
Artikel 21: Toewijzing van een Tuin en verplichtingen tuingebruiker

a. De toewijzing van tuinen geschiedt uitsluitend aan leden van de vereniging. Elk lid van de vereniging heeft slechts recht op toewijzing van één tuin. Indien er geen nieuwe gegadigden zijn, is
het bestuur gerechtigd hiervan af te wijken.
b. Verantwoordelijk voor de uitgifte zijn een door de complexcommissie aangestelde vertegenwoordiger en een bestuurslid.
c. Toewijzing van een tuin vindt plaats volgens de wachtlijst die is opgesteld in volgorde van aanmelding. Leden die op de wachtlijst staan kunnen hun voorkeur voor een bepaald complex
kenbaar maken, evenals een voorbehoud tot aanvaarding.  Wijzigingen met betrekking tot de voorkeur van een complex of op het voorbehoud tot aanvaarding, dienen door het betreffende lid
kenbaar te worden gemaakt.
d. Bij toewijzing en aanvaarding van een tuin wordt door het lid een tuingebruiksovereenkomst, in tweevoud, getekend.  Namens het bestuur tekent het bestuurslid, die voor de vereniging met de uitgifte van de tuinen is belast. Het ondertekenen van de tuingebruiksovereenkomst houdt mede in, dat men gehouden is aan de daarin genoemde bepalingen, evenals aan de Statuten en het Huishoudelijk reglement.
e. Tuingebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor de tijd van één verenigingsjaar. Verlenging geschiedt stilzwijgend van jaar tot jaar. Gebruikers dragen er zorg voor dat alle keuren en schouwen, die op de tuin en opstallen rusten, zorgvuldig worden nageleefd. Onvoldoende en niet tijdig uitgevoerd onderhoud met betrekking tot keur- en schouwverplichtingen van o.a. het Waterschap zullen zonder waarschuwing worden beboet voor rekening van de gebruiker van de tuin.
g. Gebruikers zijn verplicht aan het bestuur of haar gemachtigden en aan bevoegde ambtenaren van de gemeente, provincie of andere (semi-)overheid- of nutsstinstelling te allen tijde toegang tot de tuin te verlenen.
h. Voor het kappen van bomen op uw tuin is een kapvergunning vereist van de complexcommissie.
i. Het ruilen van een tuin op hetzelfde of een ander complex is in principe mogelijk tegen het einde van het verenigingsjaar, hetzij doordat er een tuin vrijkomt, hetzij door een tuinruil met een ander lid.  Een verzoek tot tuinruil dient schriftelijk te worden ingediend bij het bestuurslid, die voor de vereniging met de uitgifte van tuinen is belast.

Terug naar begin
Artikel 22: Beëindiging van de tuingebruiksovereenkomst

a. Het beëindigen van de tuingebruiksovereenkomst door een lid vindt uitsluitend schriftelijk plaats tegen het einde van het verenigingsjaar met een opzegtermijn van 3 maanden. Bij beëindiging van het lidmaatschap van de vereniging eindigt automatisch de tuingebruiksovereenkomst. Tevens dient het bestuur schriftelijk te worden geïnformeerd over de vraagprijs van eventuele opstallen die ter overname worden aangeboden. Het bestuur bepaalt vervolgens of er wel of geen taxatie moet worden uitgevoerd.
b. Gebruikers zijn verplicht, op het moment waarop de tuingebruiksovereenkomst eindigt, de tuin leeg en onkruidvrij op te leveren. Bij in gebreke blijven, zullen de opruimkosten worden verhaald op de vertrekkende tuinder of worden verrekend met de borg en de opbrengst van de opstallen.
c. Indien een gebruiker de wens te kennen geeft de tuingebruiksovereenkomst te willen beëindigen, wijst het bestuur een kandidaat gebruiker, die op de wachtlijst staat, aan. Deze en de gebruiker proberen in onderling overleg te komen tot een prijsafspraak van de opstallen die zich op de tuin bevinden. Tijdens het overleg kunnen partijen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een vertrouwenspersoon of personen naar eigen keuze.
d. Bij geen overeenstemming tussen beide partijen of op het schriftelijke verzoek van het bestuur, zal de bouwcommissie een taxatie op het huisje, kasje of berging verrichten. De taxatieprijs is bindend voor beide partijen. De taxatiekosten zijn voor de verkoper van de  opstallen.
e. Het overeengekomen bedrag van alle roerende en onroerende goederen dient door het kopende lid te worden bijgeschreven op de door de vereniging opgegeven bankrekening. Met inachtneming van lid b. en lid d. en na aftrek van 5% verkoop- en bemiddelingskosten, voldoet de vereniging binnen drie weken na ontvangst van het bedrag aan het verkopende lid het hem toekomende bedrag.
f . De tuin met opstal kan niet eerder worden opgezegd, voor er een nieuwe tuinder/eigenaar is. De huidige tuinder/eigenaar blijft t/m de overdracht verantwoordelijk voor de tuin met opstal. In bepaalde situaties kan het bestuur in overleg met de tuinder hier van afwijken.
g. Een vertrekkend lid, van wie de tuin is overgedragen aan het nieuwe lid, dient de niet overgenomen eigendommen zo spoedig mogelijk na de datum van overdracht te verwijderen. Voor eigendommen die niet tijdig van de tuin zijn verwijderd, worden opslagkosten in rekening gebracht. De hoogte van de opslagkosten en het tijdstip van ingang worden bepaald door het bestuur.

Terug naar begin
Artikel 23: Samen Tuinieren

a. Leden met een tuin mogen deze niet, hetzij geheel of gedeeltelijk, aan anderen overdragen.
b. Op hun verzoek, schriftelijk aan het bestuur gericht, kunnen leden toestemming krijgen om samen met een mede-tuinder te tuinieren.
c. De mede-tuinder moet lid zijn of worden van de vereniging. Indien hij dit wenst, kan hij op de gebruikelijke wijze op de wachtlijst worden geplaatst. (Dus géén automatische overname van de tuin!)
d. De tuinder die een tuingebruiksovereenkomst heeft gesloten blijft verantwoordelijk voor het onderhoud van de tuin en de naleving van de voorschriften.

Terug naar begin
Artikel 24: Onderhoud van de Complexen

De leden zijn verplicht te bevorderen dat de complexen een zo fraai mogelijk aanzien hebben door:

a. De door hen in gebruik gegeven tuin vrij van onkruid te houden en behoorlijk te beplanten.
b. Het talud van de slootkant te voorzien van een begroeiing, door de complexcommissie te bepalen, die kort gehouden dient te worden, vrij van onkruid en niet hangend in het slootwater.
►De singelbeplanting rondom het terrein van ‘de Akermaat’ dient te worden geplant op 1 ẚ 1,25 meter uit de insteek van de aangrenzende sloot.
c. Het pad en de eventuele greppels langs de tuin schoon te houden.
d. Het knippen van heggen in overeenstemming met de door of namens de complexcommissie aangegeven maten en vormen en op de daarvoor aangegeven tijd.
e. Aan de voorzijde van de tuin (langs het pad) een border van 2 meter aan te leggen. Indien een tuin zich hier niet voor leent, kan in overleg met de complexcommissie hiervan worden afgeweken. De  border moet voorzien zijn van een gevarieerde sierbeplanting.

Terug naar begin
Artikel 25: Gemeenschappelijk Werk

De leden met een tuin zijn verplicht deel te nemen aan het gemeenschappelijke werk ten behoeve van:

a. Het algemeen onderhoud van het complex. Hieronder worden verstaan alle werkzaamheden, die voor het onderhoud van het complex nodig zijn. Het algemene werk kan bestaan uit een omschreven vaste taak of uit een evenredig aantal uren t.b.v. incidentele werkzaamheden die worden uitgevoerd in opdracht van de complexcommissie.
b. De complexcommissie kan gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het gemeenschappelijke werk verlenen voor werkzaamheden t.b.v. de vereniging, onder door de complexcommissie te bepalen voorwaarden.

Terug naar begin
Artikel 26: Onttrekking aan het Gemeenschappelijk Werk

a. Voor leden die ten genoegen van de complexcommissie kunnen aantonen dat zij een taak in het kader van het gemeenschappelijke werk niet kunnen uitvoeren, wordt aangepast werk gezocht of indien dat om gezondheidsredenen ook niet mogelijk is vrijstelling van het gemeenschappelijk werk verleend. Indien een lid zonder bericht van verhindering niet aanwezig is dan volgt een boete per keer afwezigheid. Jaarlijks zal, indien daar aanleiding toe is, de hoogte  van de boete wegens onttrekking aan het algemeen werk door de Algemene ledenvergadering worden vastgesteld.
b. Als een lid zonder geldige reden zich een heel jaar heeft onttrokken aan het gemeenschappelijke werk dan kan het bestuur het betreffende lid royeren.

Terug naar begin
Artikel 27: Beplanting van de Tuin

Alle gewassen dienen zodanig te worden geplant, dat zij niet, nu of later, tegen of over de afscheiding van de tuin heen groeien. Bovendien mogen hoog opgaande gewassen geen hinderlijke schaduw op de aangrenzende tuin geven.

Terug naar begin
Artikel 28: Ziektebestrijding

a. De leden zijn verplicht alle maatregelen te nemen, die dwingend worden opgelegd door de (semi) overheden.
b. Alleen voor kleinverbruik goedgekeurde gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Bij voorkeur dient gekozen te worden voor biologisch afbreekbare milieuvriendelijke middelen.
c. Als u spuit, doe dit dan volgens de voorschriften van het betreffende middel.
d. Zieke bomen of gewassen dienen direct van het complex te worden verwijderd. U dient zorg te dragen voor afvoer naar het afvalbrengstation van uw woonplaats. Indien een lid hiertoe opdracht krijgt van de complexcommissie dient dit binnen 8 dagen te worden gerealiseerd, zo niet dan neemt de complexcommissie deze maatregelen, voor rekening van het  betreffende lid, tegen de kostende prijs.

Terug naar begin
Artikel 29: Afscheidingen van de tuinen

Langs de zijdelingse afscheiding van een tuin kan door de leden, of collectief door de vereniging, een heg worden geplaatst.  Deze afscheiding mag niet hoger zijn of worden als door de ledenvergadering van de complexcommissie is vastgesteld. De soort haag wordt door de complexcommissie bepaald.

Terug naar begin
Artikel 30:Vuilnis

De leden zijn verplicht het onverteerbaar afval van het complex af te voeren.

Terug naar begin
Artikel 31: Mechanisch/elektrisch aangedreven gereedschap

Om geluidsoverlast te beperken is het gebruik van mechanisch/elektrisch aangedreven gereedschap en aggregaten, gedurende de maanden april tot oktober alleen toegestaan :

a. van maandag t/m vrijdag vóór 9.00 uur en na 18.00 uur,
b. op zaterdag alléén vóór 12.00 uur.
c. op zondagen en de feestdagen, t.w. 1 januari, 1e en 2e paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, 5 mei, 1e en 2e Pinksterdag en 1e en 2e Kerstdag is het niet toegestaan.
d. van 1 oktober tot 1 mei gelden de onder lid a en b genoemde beperking niet.

Terug naar begin
Artikel 32 Verbodsbepalingen

  1. Het is niet toegestaan:

a. Handel, bedrijf, politiek en/of religie op de tuin en/of op het terrein van de vereniging te drijven of uit te dragen.
b. Vuil op de tuin te verbranden in de open lucht.
c. Grond aan te voeren op de complexen, zonder “schoongrondverklaring” van de leverancier.
d. Dieren te houden op de tuin of op het terrein van de vereniging.
e. Bijen te houden zonder schriftelijke toestemming van de complexcommissie. Zie ook artikel 35 – Imker reglement- van het Huishoudelijk reglement.
f. In de periode van 1 mei tot en met 30 september composthopen op de tuin te hebben, zonder dat deze door beplanting aan het oog zijn onttrokken.
g. Zonder toestemming van de rechthebbende diens tuin te betreden, uitgezonderd bestuursleden en diegene die van het bestuur een schriftelijke machtiging hebben om de tuinen te betreden.
h. Afrasteringen te verbreken en grenspalen te verwijderen of te verplaatsen.
i.  Voertuigen zodanig op de paden te plaatsen, dat van een normale doorgang geen sprake kan zijn, met uitzondering van invalidenwagens.
j.  Voertuigen op het parkeerterrein te parkeren zonder dat de eigenaar of diens gemachtigde op het complex aanwezig is.
k. De paden op het complex te berijden met motorrijtuigen zonder schriftelijke toestemming van de complexcommissie. Uitgezonderd zijn invalidenwagens en tractor en machines van de   complexen,
l . Zonder toestemming van de complexcommissie plakkaten of drukwerk aan te plakken of te verspreiden op het terrein van de vereniging.
m. Zonder toestemming van de complexcommissie aankondigingen en mededelingen op de mededelingenborden of elders op het terrein van de vereniging te plaatsen.
n . Op het terrein van de vereniging en de zich daarop bevindende opstallen reclame te maken, in welke vorm dan ook, uitgezonderd sponsors van de vereniging, door het bestuur te bepalen.
o. Deuren, rietmatten en dergelijke als afscheiding of windkering te plaatsen, met uitzondering van groen doorzichtig schermdoek van maximaal 1,60 meter hoog.
p. Dieren onaangelijnd te laten lopen buiten de eigen tuin of hun uitwerpselen te laten liggen.
q. Gereedschappen van de vereniging in bruikleen ontvangen, anders dan op het terrein van de vereniging te gebruiken, daarmee genoemd terrein te verlaten, of langdurig onder berusting te
houden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het commissielid, dat deze gereedschappen heeft uitgegeven.
r. Gewasbeschermingsmiddelen op de tuin zó te gebruiken, dat hierdoor gevaar voor de gezondheid van anderen kan ontstaan doch deze na gebruik zo op te bergen, dat onbevoegden (kinderen) daar niet bij kunnen komen.
s.  Anderen zonder noodzaak te hinderen of overlast te bezorgen.
t.  Waterputten onbeheerd en/of niet deugdelijk afgesloten te hebben.
u. Leidingwater (drinkwater) te gebruiken anders dan voor huishoudelijk gebruik.
v. Aardappelen en/of tomaten te poten op een ander gedeelte van de tuin dan het gedeelte dat jaarlijks door  de complexcommissie wordt aangewezen. Alleen pootaardappelen met een NAK certificaat zijn toegestaan.
w. Vijvers aan te leggen van beton of steen.  Alleen kunststof en/of vijvers van plasticfolie zijn toegestaan, mits de verwerkte grond op de tuin blijft.
x. Gewassen te telen, die onder de “Opiumwet” vallen, zoals Hennep, Wiet e.d. In de Opiumwet zijn alle middelen opgenomen die door de overheid als drugs worden beschouwd.
y.  Bamboe te telen behalve in containers. Bij overige woekerende gewassen kan  de complexcommissie beheersmaatregelen opleggen.

2.  Bij schade of ontvreemding van eigendommen van de vereniging en/of ontvreemding van goederen of producten van andermans tuin, eindigt met onmiddellijke ingang het lidmaatschap en
de tuingebruiksovereenkomst en wordt de toegang tot het complex ontzegd.
3. Geluidsapparatuur (radio’s, Tv’s, cd spelers e.d.) of andere muziekinstrumenten zodanig te laten spelen en/of bespelen, dat dit voor anderen hinderlijk is.
4.  Een (party)-tent te plaatsen in de periode van 1 oktober tot 1 mei.

Terug naar begin
Artikel 33: Bouwvoorschriften

Voorschriften voor het oprichten, onderhoud en het gebruik van opstallen op de tuin.

Deze voorschriften verstaan onder:

Bestuur                           : Het verenigingsbestuur van “Tot Ieders Genoegen”

Bouwcommissie   : Commissie van tenminste 3 leden, die toezicht houdt op het oprichten, onderhouden en het gebruiken van opstallen op de in gebruik gegeven tuin.

Gemeentelijke       : Gemeentelijke dienst van Bouw- en Woningtoezicht, die opstallen toetst aan de
Bouwcommissie      algemene bouwvoorschriften.

Opstallen en          :  Tuinhuis, bestemt of ingericht voor het dagverblijf van mensen, een kweekkas,
voorzieningen           berging, gereedschapskist, accukist, gaskist, pergola, windkering, zonnepanelen en vaste stookplaatsen zoals barbecues of leemovens.,

Houder van de       :  Degene, op wiens naam de vergunning tot het oprichten van of wijzigen bouwvergunning van een opstal staat.

A. Algemene Voorschriften

  1. Het is verboden op de volkstuincomplexen zonder vergunning van het bestuur opstallen en voorzieningen op te richten of te wijzigen.
  2. Voor het oprichten of wijzigen van een opstal is een ‘omgevingsvergunning’ nodig. Raadpleeg de Bouw- en Taxatiecommissie over de voorwaarden waaraan de ‘omgevingsvergunning’
    moet voldoen. Zodra een ‘omgevingsvergunning’ is verleend, kan het bestuur direct een bouwvergunning verstrekken, echter uitsluitend als de aanvrager tevens gebruiker van de tuin is
    waarvoor de vergunning is aangevraagd.
  3. Een opstal, ook als daar geen ‘omgevingsvergunning’ voor nodig is, moet zodanig zijn dat het, ter beoordeling van het bestuur, noch op zichzelf, noch in verband met de omgeving, noch uit het oogpunt van welstand aanstoot kan geven.
  4. Alle nieuwe typen opstallen dienen de goedkeuring van de bouwcommissie. Het bestuur neemt geen beslissing tot het weigeren of verlenen van enigerlei vergunning dan na ingewonnen advies van de bouwcommissie.
  5. Opstallen, die worden opgericht of gewijzigd zonder dat  daarvoor  een omgevingsvergunning is verstrekt moeten worden verwijderd, binnen 14 dagen nadat het bestuur, bij aangetekend schrijven, de gebruiker van de tuin daarvan in kennis heeft gesteld. Indien aan deze aanschrijving geen gevolg wordt gegeven zal de opstal voor zijn/haar rekening en risico worden verwijderd.
  6. Bij overdracht van een tuin eist het bestuur, dat het opstal aan de oorspronkelijke goedkeurings- criteria voldoet of daarmee in overeenstemming wordt gebracht, voordat de toestemming tot overdracht zal worden gegeven.
  7. Tussen de verschillende opstallen op een tuin mogen onderling geen verbindingen bestaan.
  8. Voor het complex ‘de Akermaat’ zijn door de verhuurder, de gemeente Heemskerk, een aantal beperkende maatregelen in de huurovereenkomst vastgelegd i.v.m. de aanwezigheid van
    ondergrondse leidingen. Deze beperkingen zijn:
    ►Ter weerzijde van deze leidingen is het voor een strook van ter breedte van 3.00 meter niet toegestaan:
    – opstallen te plaatsen;
    – goederen op te slaan;
    – gesloten verharding zoals asfalt, betonvloer e.d. aan te brengen;
        – ontgrondingen te verrichten;
        – rioleringen, kabels en leidingen aan te leggen;
        – bomen of diepwortelende struiken te planten;
        – voorwerpen in de grond te drijven.

 B. Tuinhuisjes

  1. Een tuinhuisje mag slechts bestaan uit een begane grond met een vliering en mag alleen voor dagrecreatie worden gebruikt
  2. a. Het is niet toegestaan een tuinhuisje of opstal te plaatsen op een betonnen vloer en/of een diep gemetselde fundering.
    b. De oppervlakte van een tuinhuisje, met inbegrip van een bergplaats, veranda en serre, mag niet meer bedragen dan 10% van het tuin oppervlak, met een maximum van 16 m². (buitenmaats)
    c. De nokhoogte mag maximaal 3,35 m. zijn en een dakoppervlak, inclusief luifel, max. 25 m². De lengte van het tuinhuisje mag niet langer zijn dan 4,50 m
    d.  Bij de toepassing van dakpannen, gras en sedum als dakbedekking moet het opstal hiervoor constructief geschikt zijn.
    e. Golfplaten zijn alleen toegestaan van bitumineus materiaal in de kleuren rood, groen en zwart.
  3. Het tuinhuisje mag nergens dichter bij de zijdelingse grens van het tuinperceel worden gebouwd dan 2 meter (hart haag) met dien verstande, dat daar waar de grens door een sloot wordt gevormd, deze afstand tenminste 3,50 meter, gemeten uit de insteek van het talud, moet bedragen. Voorts dient het op de rooilijn te staan, die door de dienst bouw- en woningtoezicht, in overleg met de bouw- commissie, is vastgesteld. Alle maten worden gemeten vanuit het dakoppervlak.
  4. Het plaatsen van een septictank en/of stapelput is niet toegestaan.
  5. Het maken van veilige stookplaatsen en rookkanalen is toegestaan, mits geen groter vloeroppervlak buiten het gebouw dan 0,2 m² . De rookkanalen mogen niet meer dan 0,3 meter boven de nok uitsteken. Een tekening en (aanvullende) bouwvergunning zijn vereist.

C. Kweekkassen

  1. De vrije afstand tussen een kas en de zijdelingse grens van het tuinperceel moet tenminste één meter zijn aan de zuidkant van de tuin en tenminste 2 meter aan de noordkant van de tuin, dit in verband met de schaduwwerking. Voorts dient de kas op de rooilijn te staan die door de dienst bouw- en woningtoezicht in overleg met de bouwcommissie is vastgesteld. De vrije afstand tussen kas en tuinhuis moet tenminste 1,5 meter bedragen. De ruimte tussen kas en tuinhuis mag niet worden overdekt.
  2. De oppervlakte van een kweekkas mag niet meer dan 21 m² bedragen, een max. nokhoogte hebben van 3,10 m, een max. breedte van 3,50 m en een max. lengte van 6,10 m.  Voorts moet de kweekkas met de voorzijde of achterzijde op de rooilijn staan.

D. Algemeen

  1. Een opstal moet in voldoende staat van onderhoud worden gehouden en mag geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid.
  2. Indien een opstal naar het oordeel van de bouwcommissie niet voldoet aan de algemene bouwvoorschriften (zoals in de bouwfolder staat beschreven)  moet(en) de daaraan door deze commissie voorgeschreven voorziening(en) worden getroffen binnen een door het bestuur te stellen termijn. De nodig geachte voorziening(en) en de termijn worden bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de gebruiker van de tuin. Indien aan de aanschrijvingen geen gevolg wordt gegeven, zal het bepaalde in artikel 33 sub A, 5e lid van de Algemene Voorschriften van toepassing zijn.
  3. De kleur van de opstal wordt bepaald bij de aanvraag van een bouwvergunning. De kleuren van de huisjes en opstallen dienen naar het oordeel van de commissie passend te zijn in de natuurlijke omgeving. Extreme kleuren zijn niet toegestaan. Het naderhand afwijken van de originele kleur dient te worden aangevraagd.
  4. Opstallen die gesloopt en opnieuw gebouwd worden, zijn vergunning plichtig. Er wordt echter geen borg meer geheven.
  5. Het hebben van waterreservoirs buiten het tuinhuis is zonder schriftelijke toestemming van het bestuur niet toegestaan. Regentonnen en vijvers zijn hiervan uitgezonderd.

E. Brandpreventie

  1. Aan of in de opstal mogen alleen materialen worden gebruikt die bij de wet of algemene bouwvoorschriften zijn toegestaan.
  2. Het hebben of plaatsen van olietanks of olievaten is verboden.  Olieverwarming is alleen toegestaan voor oliekachels met ingebouwd oliereservoir.
  3. Plaatsing van gasflessen in huisjes of kweekkassen is verboden.
    a. Gasflessen moeten worden geplaatst in een aanbouw, een gaskist, met afmetingen voor maximaal twee gasflessen (Zie onder I). Slechts één gasfles mag aangesloten zijn op een gasstel of kachel. De aanbouw gaskist moet doelmatig zijn geventileerd, door bijvoorbeeld één zijde van gaas te voorzien en waar de zon nooit direct op de flessen schijnt. De aanbouw gaskist moet slotvast afgesloten zijn. Het hebben of gebruiken van een niet goedgekeurde LPG-installatie voor stationair gebruik is verboden. (Dit alles is conform de plaatselijke brandweer eisen!)
    b. Gasslangen van verbruikstoestellen die in verband met onderhoud of schoonhouden gemakkelijk verplaatsbaar moeten zijn, mogen niet langer zijn dan 0,60 meter. Een gasslang van een gasfles met regelaar naar het aansluitpunt van de installatie mag ten hoogste 1,00 meter bedragen. Onder installatie wordt verstaan een leiding waarop meer dan één verbruikstoestel is aangesloten. Gasslangen moeten aan beide zijden d.m.v. slangenklemmen op een slangpilaar worden bevestigd volgens de desbetreffende NEN-ISO norm of op daarvoor bestemde schroefkoppelingen. Gasslangen moeten vrij en ongespannen zijn aangebracht. Controleer gasslangen regelmatig op scheurtjes en slijtage. Gebruik zwarte, butagasslangen nooit langer dan 2 jaar en oranje, propaangasslangen, niet langer dan 2-3 jaar.
    c. Gasverwarming met een gesloten verbrandingsruimte dient een geheel in koper uitgevoerde leiding en aansluiting te hebben. Direct vóór de kachel moet een afsluitbare kraan zitten. (deze opstelling is een onderdeel van de installatie).
    d. Gaskachels met een gesloten verbrandingsruimte dienen voorzien te zijn van een aluminium afvoerpijp. Welke dubbelwandig door dak of wand altijd buiten het tuinhuis moet uitkomen. Deze pijp mag maximaal 0,5 m uit de wand steken en maximaal 0,3 m boven het dak uitsteken. De afvoer moet bovendien voorzien zijn van een GIVEG gekeurde kap.
    Zorg altijd voor voldoende ventilatie en onderhoud i.v.m. koolmonoxide gevaar!!!
  4. De doorvoering van een rookkanaal door de wand of het dak van een tuinhuis of kas dient dubbelwandig uitgevoerd te worden en voorzien te zijn van geschikt isolatiemateriaal.
  5. De onderlinge afstand tussen huisjes en/of bergingen moet tenminste 5 meter bedragen in verband met brandoverslag. (brandweereis)
  6. Voor de in dit artikel genoemde voorzieningen, te weten een gereedschapskist, windscherm, pergola, schotelantenne (satellietontvanger), accukist, gaskist en broeibak  is toestemming van het bestuur vereist. Daarvoor dient een bouwtekening op A4-formaat te worden ingeleverd. Na schriftelijke goedkeuring mag met het bouwen worden begonnen.

F. Gereedschapskist

Per tuin mag slechts één gereedschapskist worden geplaatst met de maximale maten van 2,3 m lang, 75 cm breed en 1 m hoog.

G. Windscherm

Een windscherm is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
–  de maximum hoogte bedraagt 1,8 mr met een maximale lengte van 2,5 m.
–  het scherm moet bevestigd zijn aan het tuinhuis, de berging of de kas.
–  het scherm moet vervaardigd zijn van doorschijnend materiaal.
–  de eventuele stenen of houten borstwering mag een maximale hoogte hebben van 0,8 m.
–  nieuw te plaatsen of te vervangen windschermen dienen te worden aangevraagd bij de bouwcommissie en mogen pas na toestemming van de commissie worden geplaatst.

H. Pergola

a. Onder een pergola wordt verstaan een open bouwsel bestaande uit pijlers en een open dak van latwerk dat men met planten kan laten begroeien.
b. De afstand tussen een pergola en een sloot mag niet minder bedragen dan 2,0 m, gemeten vanuit de waterlijn.
c. De hoogte mag niet meer bedragen dan 2,50 meter gemeten vanuit het maaiveld.
d. De grootste lengte van een pergola mag niet meer zijn dan 5,0 m. De ruiter (dwarsligger) op de pergola mag niet langer zijn dan 0,60 m.
e. De pijlers mogen niet dichter bij elkaar staan dan 0,60 m.
f. Een pergola mag niet dichter bij de grens van een tuinperceel worden gebouwd dan 1,5 m, tenzij het onderdeel uitmaakt van een toegangshek. De ruiter (dwarsligger) van de pergola mag niet buiten het toegangshek uitsteken aan de pad zijde.

I. Accukist en gaskist

a. Deze mogen niet hoger zijn dan 0,8 m gemeten vanuit het maaiveld.
b. Inwendig gemeten niet breder zijn dan 0,6 m en de maximale lengte mag niet meer bedragen dan 1,0 m. De accukist moet voorzien zijn van een ontluchting boven in de kist.

J. Broeibak

Hiervoor geld een maximale breedte van 0,8 m., een lengte van 1,80 m. en hoogte van 0,6 m.

K. Lichtpaneel (zonnepaneel)

a. Lichtpanelen mogen alleen op het dak worden geplaatst. Echter bij te geringe inval van zonlicht kan de bouwcommissie toestemming verlenen voor het plaatsen van een lichtpaneel op een paal.
b Het laagste punt van een lichtpaneel moet minimaal 5 cm uit het dakvlak worden geplaatst.

L. Maximale bebouwing en verharding

a. De maximale bebouwing en verharding van de tuin mag niet meer bedragen dan 40% van het tuinoppervlak, waarbij in dit geval kweekkassen niet onder bebouwing wordt verstaan.
b. Onder verharding wordt o.a. verstaan: kunstgras, houtsnippers, tegels, etc.
c. het is niet toegestaan massieve betonplaten toe te passen.

Terug naar begin
Artikel 34: Algemene Bepalingen

  1. Besluiten genomen door het bestuur  of tijdens de Algemene ledenvergadering  zijn bindend.
  2. Bij overtreding van enige bepaling kan boete volgen, conform het door de Algemene ledenvergadering laatstelijk bepaalde bedrag.

Terug naar begin
Artikel 35: Boete procedure

  1. Aan leden met een tuin, die zich onttrekken aan de in het Huishoudelijk reglement, genoemde verplichtingen, verbodsbepalingen en/of voorschriften kan door het bestuur een
    waarschuwing worden gegeven die met een boete kan worden bezwaard
  2. Het bestuur is gehouden hierbij de volgende procedure op te volgen:
    a. Bij een geconstateerde overtreding zal door het bestuur, of een daartoe gemachtigd commissielid een mondelinge waarschuwing aan het lid worden gegeven, welke
    waarschuwing tevens op het publicatiebord zal worden geplaatst.
    b. Na twee weken vindt een her-controle van de overtreding plaats. Als blijkt dat aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven volgt een 1e met een boete bezwaarde schriftelijke
    waarschuwing.
    c. Wordt ook aan deze 1e schriftelijke waarschuwing binnen twee weken geen gevolg gegeven dan volgt een 2e schriftelijke, met een extra boete bezwaarde, waarschuwing en
    tevens een uitnodiging voor toelichting/verweer aan het DB.
    d. Na hoor en wederhoor kan het DB een uiterste termijn stellen waarbinnen de geconstateerde overtreding dient te zijn verholpen. Tevens kan een proefjaar worden opgelegd, waarbinnen geen overtreding mag plaatsvinden
    e. Vind echter binnen het afgesproken proefjaar een nieuwe overtreding plaats, waarvoor een schriftelijke waarschuwing is gegeven, dan wordt namens het bestuur het lidmaatschap ·
    beeindigd en automatisch ook de tuingebruiksovereenkomst.
  3. Jaarlijks zal, indien daar aanleiding toe is, door de Algemene ledenvergadering de hoogte van de boete(s) worden vastgesteld.

Terug naar begin
Artikel 36: Imkerreglement

  1. Honingbijen zijn uitermate geschikt voor het bestuiven van een veelheid aan gewassen, en voornamelijk van die gewassen waarvan het merendeel op onze complexen worden geteeld. Het is daarom ook een service aan haar tuinierende leden dat op beide complexen, ‘Bickershof’’ en ‘De Akermaat’, van onze vereniging, gelegenheid wordt geboden tot het houden van bijen. ‘Bickershof’ beschik over twee locaties die zijn gereserveerd voor het houden van een ‘Bijenstal’. Per ‘bijenstal’ mogen maximaal 8 bijenkasten worden geplaatst. Naast de twee bijenstallen is het toegestaan om op beide complexen een bestaande tuin als ‘Bijentuin’ in te richten waarop één of meerdere bijenkasten mogen worden geplaatst. In verband met het ‘drachtgebied’ geldt voor ‘Bickershof’ een maximum van twee ‘Bijentuinen’ met elk één bijenkast terwijl dit voor ‘De Akermaat’ is gesteld op maximaal drie ‘Bijentuinen’ met een maximum van vier bijenkasten per tuin. Bijentuinen worden toegekend aan leden met een tuin terwijl een bijenstal ook kan worden toegewezen aan een lid zonder tuin.
  2. Het bestuur beslist over de toestemming tot het houden van bijen (imkeren) op de tuincomplexen ‘Bickershof’ en ‘De Akermaat’ van de vereniging.
  3. Een bijenstal en/of bijentuin mag pas worden ingericht nadat de imkerovereenkomst door de imker en een bestuurslid zijn ondertekend.
  4. Per complex bepaald het complexbestuur: ·
    a. het aantal imkers met een bijenstal en een bijentuin.
    b. het aantal te plaatsen bijenkasten per bijenstal en bijentuin. Voor het aantal geplaatste bijenkasten geldt 15 april als teldatum.
    c. de toelating van een mede-imker op de bijenstal
    d. het aantal bijentuinen met één bijenkast op ‘Bickershof’
    e. het aantal bijentuinen en het aantal te plaatsen bijenkasten op ‘De Akermaat’
    f. het plaatsen van tijdelijke Koninginnenteeltkastjes.
    4 Een imker wordt als hoofdverantwoordelijke van de bijenstal alleen dan toegelaten als hij:
    a. lid is van de vereniging.
    b. een eigen aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten
    c. in het bezit is van een diploma basiscursus bijenhouden. (NBV, ABTB)
    d. een secundaire aansprakelijkheidsverzekering heeft van de Nederlandse Bijenhouders
    Vereniging (NBV) of de Imkerbond (ABTB).
  5. Een mede-imker wordt alleen dan toegelaten als hij/zij:
    a. lid is van de vereniging.
    b. kan aantonen een cursus bijenhouden te hebben gevolgd.
  6. Toestemming tot het inrichten van een bijentuin wordt alleen dan toegestaan als de
    imker-tuinder:
    a. een eigen aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten
    b. kan aantonen een cursus bijenhouden te hebben gevolgd
    c. een secundaire aansprakelijkheidsverzekering heeft van de Nederlandse  Bijenhouders
    Vereniging (NBV) of de Imkerbond (ABTB).
  7. Het complexbestuur bepaald waar de opstallen voor de bijenstal mogen worden geplaatst.
  8. Het plaatsen van opstallen voor een bijenstal is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de Bouw en taxatiecommissie.
  9. Het plaatsen van andere opstallen op een bijenstal is niet toegestaan.
  10. a. het toegangspad naar de bijenstal en bijentuin dient met een toegangshek(je) te worden afgesloten
    b. bij het toegangspad naar de bijenstal en bijentuin dient een duidelijk zichtbaar en leesbaar bord te worden geplaats, met het volgende opschrift:
    IMKER
  11. De Imker is verplicht zorg te dragen voor:
    a. het imkeren op een bij-vriendelijke methode
    b. het voorkomen van overlast, stekerig gedrag, van zijn bijen aan bezoekers en tuinders door het uitsluitend houden van bijensoorten met een zachtaardig gedrag.
    c. het zo goed mogelijk trachten te voorkomen van natuurzwermen.
    d. het afvangen, ‘scheppen’, van zwermbijen op onze complexen
    ! Alleen en uitsluitend voor het ‘scheppen’ van een bijenzwerm heeft de imker vrije toegang tot de desbetreffende tuin!
    e. een goede hygiëne in de bijenkas en een effectieve manier van ziektebestrijding van de bijenvolken.
    f. uitsluitend de wettelijk toegestane ziektebestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Terug naar begin
Artikel 37: Reglement ereleden en leden van verdienste.

Een voordracht voor een onderscheiding van een lid voor de toekenning van een erelidmaatschap of de benoeming tot lid van verdienste moet schriftelijk bij het Algemeen
Bestuur worden ingediend en kan door elk lid van de vereniging worden gedaan. De voordracht moet zijn voorzien van duidelijke en objectieve argumenten.

  1. Als minimale voorwaarden kunnen als richtlijn worden gezien:
    a  Lid van verdienste:
    ● Bestuurslid met bijzondere verdiensten;
    ● Lid met langdurige bijzondere verdiensten, uitgevoerd over en periode van minimaal 15 jaar.
    b Erelid:
    ● Bestuurslid, langdurig als zodanig actief met bijzondere verdiensten, over een periode van minimaal 12 jaar
    ● Lid met langdurige zeer bijzonder verdienste, uitgevoerd over een periode van minimaal 25 jaar.
  2. Een kandidaat lid van verdienste of erelid mag de vereniging nimmer in diskrediet hebben gebracht.
  3. Een lid van verdienste kan rechtstreeks door het bestuur de titel ‘lid van verdienste’ worden verleend zonder voordracht in de Algemene ledenvergadering.
  4. Een erelid wordt door het bestuur voorgedragen in de Algemene ledenvergadering. De Algemene ledenvergadering beslist bij meerderheid van stemmen of iemand de titel
    erelid wordt verleend.
  5. Indien een voordracht door het algemeen bestuur tot het verlenen van de titel erelid wordt afgewezen en/of als de Algemene ledenvergadering de voordracht tot het verlenen van de
    titel erelid verwerpt wordt de in lid 1 bedoelde indiener(s) van de voordracht schriftelijk geïnformeerd met opgaaf van redenen voor de afwijzing.
  6. Bij het royeren van een lid door het bestuur vervallen automatisch de titels lid van verdienste en/of erelid.
  7. Voorafgaand aan de Algemene ledenvergadering wordt het lid dat door het bestuur de titel ‘lid van verdienste’ wordt toegekend en aan de kandidaat die wordt voorgedragen voor
    het erelidmaatschap uitgenodigd voor de Algemene ledenvergadering alwaar ze worden gehuldigd.

Terug naar begin
Artikel 38: Jubilarissen

Voorafgaand aan de Algemene ledenvergadering wordt door de secretaris een lijst van jubilarissen samengesteld van die leden die in het jaar van de te houden Algemene ledenvergadering onafgebroken 25, 40, 50, 60 of 70 jaar lid van de vereniging zijn geweest. Ook zij worden voor de Algemene ledenvergadering uitgenodigd alwaar zij worden gehuldigd.

Terug naar begin
Artikel 39: Wijziging van dit Reglement

  1. Wijzigingen van het Huishoudelijk reglement kunnen alleen geschieden door de leden tijdens een Algemene ledenvergadering van de vereniging.  De voorgestelde wijzigingen dienen onverkort in de convocatie voor deze vergadering te worden opgenomen.
  2. De wijzigingen worden aangenomen met een gewone meerderheid van stemmen.

Terug naar begin
Artikel 40: Slotbepalingen

1 In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur, behoudens nadere
goedkeuring van de Algemene ledenvergadering.

Vaststelling van dit reglement vond plaats tijdens de Algemene ledenvergadering van 22-03-2016