Vereniging van Amateurtuinders “Tot Ieders Genoegen”

Opgericht 20 december 1963

Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nr. 40594237

Lid van het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland

Inhoud

  1. Inleiding
  2. Tuincomplexen
  3. Lidmaatschap
  4. Jaarlijkse bijdragen
  5. Bestuur
  6. Afzonderlijke taken bestuursleden
  7. Vergaderingen
  8. Kandidaatstelling
  9. Stemmen
  10. Complexcommissies
  11. Inkoopcommissie
  12. Commissie verenigingsgebouw
  13. Bouwcommissie
  14. Procedure aanvraag bouwvergunning
  15. Kascommissie
  16. n.t.b.
  17. Tuincontrolecommissie
  18. Commissie website
  19. Toewijzing tuinen en verplichtingen van tuingebruikers
  20. Beëindiging van de tuingebruiksovereenkomst
  21. Samen tuinieren
  22. Onderhoud van de complexen
  23. Gemeenschappelijk werk
  24. Onttrekking aan het gemeenschappelijke werk
  25. Beplanting van de tuin
  26. Ziektebestrijding
  27. Afscheidingen van de tuinen
  28. Vuilnis
  29. Mechanisch/elektrisch aangedreven gereedschap
  30. Verbodsbepalingen
  31. Bouwvoorschriften
  32. Algemene bepalingen
  33. Boete procedure
  34. Imkerreglement
  35. Ereleden en leden van verdiensten
  36. Jubilarissen
  37. Wijziging van het Huishoudelijk reglement
  38. Slotbepalingen

 

Artikel 1: Huishoudelijk Reglement

Het Huishoudelijk reglement is een aanvulling op de Statuten van de vereniging en

bevat o.a. afspraken, regels, richtlijnen, procedures en werkwijzen die van

toepassing zijn op de tuincomplexen van de vereniging. Het Huishoudelijk reglement

is ondergeschikt aan de Statuten.

In die gevallen waarin het Huishoudelijk reglement niet voorziet, beslist het bestuur

van de vereniging, behoudens goedkeuring van de Algemene ledenvergadering.

Wijziging en aanvullingen worden in de Algemene ledenvergadering goedgekeurd

met een gewone meerderheid van stemmen.

———-

Artikel 2: Tuincomplexen

De vereniging kent twee tuincomplexen:

De ‘Akermaat’, gelegen aan de Zuidermaatweg 7 te Heemskerk

‘Bickershof’, gelegen aan de Noorddorperweg 20 te Heemskerk

———-

Artikel 3: Lidmaatschap

Leden zijn zij, die zich schriftelijk hebben opgegeven en het bewijs van lidmaatschap

hebben ontvangen. Zij dienen woonachtig te zijn in de gemeente: Heemskerk, Beverwijk,

Castricum of Uitgeest.

Bevestiging van lidmaatschap wordt verstrekt per email, nadat de contributie/wachtgeld voor 1e jaar en het inschrijfgeld is voldaan.

De leden met of zonder een tuin ontvangen een exemplaar van de Statuten, het Huishoudelijk reglement en aanvullende informatie voor het betreffende complex per email.

Donateurs, geen lidmaatschap, zijn zij die zich schriftelijk hebben opgegeven en bevestiging van betaling hebben ontvangen.

Tuingebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor de tijd van één kalenderjaar.

Verlenging geschiedt stilzwijgend ieder verenigingsjaar dat loopt van 1 januari t/m 31 december.

———-

Artikel 4: Jaarlijkse bijdragen

  1. De contributie voor elk volgend verenigingsjaar wordt op basis van de

prijsindex, zoals aangegeven in artikel 15 lid 3 van de Statuten, door het

bestuur vastgesteld.

  1. Voor leden met een tuin geldt een opslag, die per complex kan verschillen.

Deze opslag is o.a. afhankelijk van de grootte van de tuin, waarvoor een

tuingebruiksovereenkomst is afgesloten, evenals specifieke complex

gebonden voorzieningen.

  1. De vrijwillige bijdrage van de donateurs moet jaarlijks worden voldaan.
  2. De leden voldoen hun financiële verplichtingen aan de vereniging door het afgeven van een

machtiging tot automatische incasso.

  1. Extra kosten die door de vereniging worden gemaakt i.v.m. bijzondere

omstandigheden kunnen in rekening worden gebracht bij het betrokken lid.

———–

Artikel 5: Bestuur

In dit reglement wordt onder het bestuur verstaan: de door de Algemene

ledenvergadering gekozen en benoemde bestuursleden, die de leiding vormen van

de vereniging.

Het Dagelijks Bestuur (DB) van de vereniging wordt gevormd door de voorzitter, de

secretaris en de penningmeester.

Per tuincomplex kan door en uit de leden van dat complex een complexcommissie

worden gekozen, die onder verantwoording van het verenigingsbestuur functioneert.

Een complexcommissielid kan door verkiezing tijdens een Algemene

ledenvergadering ook deel uitmaken van het verenigingsbestuur.

————

Artikel 6: Afzonderlijke taken bestuursleden

De voorzitter is belast met:

– De leiding van de vergadering van het Dagelijks Bestuur, hierna genoemd DB, het

Algemeen Bestuur, en de Algemene ledenvergadering.

– De zorg voor het uitvoeren van alle besluiten in voormelde vergaderingen

genomen.

– De zorg voor stipte naleving van de Statuten en het Huishoudelijk reglement.

De secretaris:

– Voert de correspondentie.

– Verzendt de convocaties voor de vergaderingen.

– Bewaart de brieven en afschriften van de in- en uitgaande stukken.

– Van elke vergadering worden door de secretaris, of een ander daarvoor

aangewezen bestuurslid notulen opgemaakt. Deze worden op de eerstvolgende

vergadering na goedkeuring vastgesteld door het bestuur.

– Geeft aan het einde van elk verenigingsjaar een algemeen jaaroverzicht.

– In geval van aftreding draagt hij/zij de gehele administratie, evenals alle

eigendommen van de vereniging binnen 14 dagen over aan zijn opvolger. Alle

correspondentie dient voor de duur van 10 jaar te worden bewaard uit historische

overwegingen en voor de vereniging belangrijke stukken voor onbepaalde tijd.

De penningmeester draagt zorg voor:

– De invordering van contributies, bijdragen, boetes en andere inkomsten tegen

afgifte van een factuur.

– Het indienen van een begroting, speciaal betreffende alle kostensoorten met het

bedrag per kostensoort, waarop voor het nieuwe aansluitende boekjaar alle uitgaven

worden vastgesteld. Deze begroting moet tenminste 14 dagen voor het einde van het

lopende boekjaar ter goedkeuring aan het bestuur worden voorgelegd.

– Betaling van de rekeningen, die het gevolg zijn van de door het bestuur genomen

besluiten, en de regeling van alle betalingen, één en ander tegen ontvangst van

behoorlijke betalingsbewijzen.

– Hij zal zonder machtiging van het bestuur geen betalingen mogen verrichten,

wanneer het eindbedrag van de begroting voor de betreffende kostensoort is bereikt.

– Het in bewaring geven van gelden of geldswaardige papieren geschiedt bij een

door het bestuur aangewezen bank of soortgelijke instelling. Voor de terugvordering

worden de handtekeningen vereist van de leden van het DB.

– Het indienen van voorstellen bij het bestuur over beleggingen.

– Het opmaken van een balans aan het einde van het boekjaar en de baten en

lastenrekening over het afgelopen boekjaar. Alle daarop betrekking hebbende

stukken en bescheiden dienen tenminste 10 jaar te worden bewaard. Het bestuur

bepaalt jaarlijks het bedrag dat hij als kasgeld (banktegoeden) onder zijn berusting

mag hebben. Het meerdere zal bij een door het bestuur aangewezen bank of

soortgelijke instelling worden gedeponeerd.

– Bij wanbeheer kan het bestuur, na overleg met de kascontrolecommissie tot

onmiddellijke schorsing overgaan. In geval van schorsing of aftreding draagt hij de

gehele financiële administratie, evenals alle bewijsstukken en eigendommen van de

vereniging op eerste vordering van de voorzitter en/of het bestuur, over aan zijn

waarnemer of opvolger.

De overige bestuursleden:

Worden geacht de door hen aanvaarde taak zo goed mogelijk te vervullen,

regelmatig verslag uit te brengen van hun activiteiten en het DB te steunen en te

informeren over zaken die de vereniging betreffen.

Het Dagelijks Bestuur:

Is belast met de dagelijkse leiding en vertegenwoordigt de vereniging in en buiten

rechten, na machtiging door het bestuur. Alle besluiten van het Dagelijks Bestuur

dienen op de eerstvolgende bestuursvergadering te worden bekrachtigd.

Zie ook statuten.

————

Artikel 7: Vergaderingen

Van het Dagelijks Bestuur:

Deze worden gehouden op verzoek van de voorzitter of op verzoek van 2

bestuursleden. Een vergadering van het DB heeft geldigheid, indien alle leden van

het DB aanwezig zijn.

Van het Algemene bestuur:

Deze worden zo vaak als nodig gehouden, doch ten minste eenmaal per 6 weken. Zij

worden gehouden op verzoek van de voorzitter, ten minste 3 bestuursleden, of een

commissie. Een vergadering van het bestuur heeft geldigheid, indien ten minste 2 leden van het DB en de helft van de overige bestuursleden aanwezig zijn.

Van de leden (Algemene ledenvergadering):

Voor een Algemene ledenvergadering wordt aan alle leden een convocatie en een

agenda toegezonden. Zie Statuten artikel 21 lid 1 en lid 2. Betreffende voorstellen

voor de Algemene ledenvergadering, zie Statuten artikel 21 lid 3 t/m 6. Indien in een

Algemene ledenvergadering, de beschrijvingsbrief, de agenda en de voorstellen ten

behoeve van het congres van het AVVN aan de orde komen, zullen deze stukken ten

minste 5 werkdagen vóór de vergadering ter inzage liggen, of worden meegestuurd

met de convocatie en de agenda.

————

Artikel 8: Kandidaatstelling

Verkiesbare leden voor een bestuurs- of een andere functie zijn de leden, die ten

minste één jaar lid zijn van de vereniging, gerekend vanaf de dag waarop men

gekozen kan worden. Zij dienen voorts de leeftijd van 21 jaar te hebben en in het

volle genot te zijn van hun burgerlijke rechten.

Verkiesbare kandidaten dienen ten minste 5 werkdagen vóór de vergadering, waarin

de vacature(s) zal (zullen) worden voorzien, door 5 stemgerechtigde leden, de

kandidaten niet inbegrepen, schriftelijk aan het secretariaat te worden opgegeven.

Aan de kandidaatstelling behoort een schriftelijke verklaring te worden toegevoegd,

waaruit blijkt dat de kandidaat een eventuele benoeming zal aanvaarden.

Gekozen kandidaten treden na hun verkiezing onmiddellijk in functie.

In buitengewone gevallen kan, met machtiging van het bestuur, van de in lid 1

genoemde termijn worden afgeweken.

————–

Artikel 9: Stemmen

Indien er verkiezingen voor één of meer bestuursfuncties plaatsvinden en er zijn niet

meer kandidaten dan vacatures, dan vindt de benoeming bij enkelvoudige

kandidaatstelling plaats.

Indien er meer kandidaten dan vacatures zijn, wordt er schriftelijk gestemd over alle

verkiesbare kandidaten, ook eventuele aftredende en zich herkiesbaar stellende

bestuursleden.

Bij schriftelijke stemming dient er op verzoek van de voorzitter uit en door de

vergadering een verkiezingscommissie van 3 personen te worden gevormd, waarvan

ten hoogste één bestuurslid.

Op het stembriefje vermeldt men in aflopende mate van voorkeur de kandidaten,

doch niet meer dan het aantal vacatures waarin voorzien kan worden. Andere mededelingen, onduidelijkheden of ondertekening van het stembriefje maken dit ongeldig.

————–

Artikel 10: Complexcommissies

De vereniging kent verschillende commissies te weten:

  • tuincomplexcommissie De ‘Akermaat’
  • tuincomplexcommissie ‘Bickershof’
  • inkoopcommissie
  • commissie verenigingsgebouw ‘Noorderlicht’
  • bouwcommissie
  • kascommissie
  • tuincontrolecommissie
  • commissie website
  • overige commissies

De verschillende commissies binnen de vereniging bestaan uit ten minste drie

personen (wenselijk).

– De voordracht tot commissielid behoeft de goedkeuring van het bestuur.

– De taakverdeling vindt plaats in onderling overleg binnen de commissie.

Een complex vertegenwoordiging bestaat uit een voorzitter, secretaris en overige leden.

– Het overzicht van de taakverdeling en mutaties dienen zo spoedig mogelijk ter

kennis van het bestuur gebracht te worden.

Alle commissies functioneren onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de

vereniging en zij dienen regelmatig verslag uit te brengen aan het bestuur o.a.

door middel van:

Het doorgeven van een actiepuntenlijst en/of beslissingen genomen. Commissies

van complexen Akermaat en Bickershof maken de notulen van de

commissievergaderingen en delen deze met het Dagelijks Bestuur.

– een algemeen verslag van het afgelopen jaar van beide complexen.

– een voorlopig plan en een begroting voor het volgende verenigingsjaar van beide

complexen.

Voor de complexcommissies gelden met betrekking tot de vergaderingen,

verkiezingen, kandidaatstelling en stemmen dezelfde voorwaarden, rechten en

verplichtingen als voor de Algemene ledenvergadering.

De complexcommissies houden eenmaal per jaar hun complexjaarvergadering.

Het verenigingsbestuur zal van het betreffende complex een uitnodiging ontvangen

voor de complexjaarvergadering.

—————

Artikel 11: Inkoopcommissie

De inkoopcommissie draagt zorg voor:

  1. 2. Het bij voldoende vraag inkopen van door de leden gewenste artikelen.

Het in voorraad en opslag houden van gangbare en niet aan bederf

onderhevige artikelen.

  1. Een goede en overzichtelijke administratie van de inkomsten en uitgaven,

evenals van de goederenspecificatie ingekochte artikelen.

  1. Dat aan het einde van het boekjaar de balans wordt opgemaakt met

vermelding van de goederenspecificatie.

  1. Dat er geen inkopen worden afgesloten dan voor bedragen die de commissie

zelf kan verschaffen, tenzij na goedkeuring door het bestuur.

  1. Een overzichtelijk verslag van het afgelopen jaar voor de Algemene

ledenvergadering.

  1. Het naleven van de gewasbeschermingsmiddelenwet.
  2. Een geringe winstmarge ter dekking van de kosten is toegestaan.

—————

Artikel 12: Commissie verenigingsgebouw

Deze commissie is belast met de exploitatie van het verenigingsgebouw en draagt

zorg voor:

  1. Het bij voldoende vraag, inkopen van door de leden gewenste artikelen.
  2. Het doelmatig in voorraad en opslag houden van gangbare artikelen en het op

de juiste wijze bewaren van aan bederf onderhevige artikelen.

  1. Een goede en overzichtelijke administratie van de inkomsten en uitgaven,

evenals van de ingekochte en verkochte artikelen.

  1. Dat aan het einde van het boekjaar de balans wordt opgemaakt met

vermelding van de goederenspecificatie.

  1. Dat er geen inkopen worden afgesloten dan voor bedragen, die de commissie

zelf kan verschaffen, tenzij na goedkeuring van het bestuur.

  1. Een overzichtelijk verslag van het afgelopen jaar voor de Algemene

ledenvergadering.

  1. 8. Het naleven van de wet met betrekking tot het Horeca- en Drankenbesluit.

Het naleven van de Warenwetregeling en te werken volgens de hygiëne

controlesystemen.

————–

Artikel 13: Bouwcommissie

We kennen binnen onze vereniging voor beide complexen een bouwcommissie. Deze fungeert als adviesorgaan van het complexbestuur en dragen zorg voor:

  1. Een goede administratie over het uitgeven van bouw- en verbouwvergunningen.
  2. De naleving van de “bouwvoorschriften” die zijn opgenomen in artikel 31, sub

A t/m M in dit Huishoudelijk reglement.

  1. Controle van de opstallen vooraf, bij verkoop c.q. overdracht van een tuin aan

een nieuwe gebruiker, of deze opstallen voldoen aan het Huishoudelijk reglement.

  1. Het uitzetten van huisjes en kasjes volgens de rooilijnen en de controle daarop.
  2. Het inwinnen van inlichtingen over de wijze waarop een lid, dat de wens tot

bouwen kenbaar heeft gemaakt, zijn tuin beheert en onderhoudt, waarna dit

met het advies over de opstal zelf, aan het complexbestuur wordt voorgelegd.

  1. Het toezicht op de naleving van de gemeentelijke verordeningen of die van het

polderbestuur, nutsbedrijven en/of andere (semi-)overheidsinstellingen.

  1. Een verslag over de bouwactiviteiten van het afgelopen jaar op de ALV.
  2. Een waardebepaling van opstallen (tuinhuisjes en kweekkasjes), op schriftelijk

verzoek van het bestuur of de verkoper van de desbetreffende opstallen:

Coordinator Tuinuitgifte vraagt aan bouwcommissie om de tuin te schouwen en een waardebepaling opstallen.

De bouwcommissie dient ook in de opstal te kunnen kijken, de vertrekkende tuinder dient mogelijk niet zichtbare gebreken te melden. De nieuwe tuinder heeft ook een onderzoek plicht.

De waardebepaling van de opstallen zal aan het bestuur worden

meegedeeld. Bij een meningsverschil zullen kosten die ontstaan door inzet van een medewerker van het AVVN voor rekening zijn van de verkoper van de opstallen. De opbrengsten van de taxaties vloeien terug naar de verenigingskas.

De maximale overnameprijs van de op de tuin aanwezige opstallen tezamen wordt jaarlijks tijdens de ALV vastgesteld. Deze wordt elk jaar geïndexeerd volgens de consumenten prijsindex.

 

  1. Er is een archief van alle op het complex aanwezige opstallen, met daarin per

tuin (indien informatie beschikbaar is) opgenomen:

– Alle op de tuin aanwezige opstallen, inclusief hun afmetingen

– Bouwjaar van de opstal

– De uitvoering van de opstallen (gebruikte materialen)

– De eventuele wijzigingen die in de loop van de tijd zijn aangebracht

– De oorspronkelijke bouwprijs

– In voorkomende gevallen de data van achtereenvolgende overdrachten en de

prijzen die er bij de overdrachten van de opstallen zijn betaald.

————-

Artikel 14: Procedure aanvraag bouwvergunning

Voor het plaatsen van een opstal of voorziening op de tuin is een bouwvergunning

nodig. De tuinder dient daartoe middels het formulier ‘Aanvraag bouwvergunning/toestemming’ een verzoek te richten aan het desbetreffende complexbestuur.

In de bouwaanvraag dient duidelijk te worden aangegeven het object waarvoor

toestemming wordt gevraagd, voorzien van een duidelijke tekening met de

afmetingen en toe te passen materialen van het object.

Voor een blokhut/huisje dient tevens te worden aangegeven de toe te passen

materialen van:

– de ombouw, dakbedekking, fundering en toe te passen kleur.

Het commissielid van de bouwcommissie beoordeeld of de aanvragen voldoen aan

de bouwvoorschriften. Zie artikel 31.

Na goedkeuring van het commissielid bouwaanvragen wordt de aanvraag ter

goedkeuring aan het complexbestuur voorgelegd. Na goedkeuring of afwijzing door

het complexbestuur wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld door de

secretaris van het complexbestuur.

Voor een tuinhuisje, dient tevens de goedkeuring van het algemeen bestuur. De

beslissing van het algemeen bestuur wordt door de secretaris van het algemeen

bestuur schriftelijk aan de aanvrager meegedeeld.

De complexcommissie adviseert het algemeen bestuur: goed- of afkeuring schriftelijk

door secretaris complex en bij goedkeuring volgt tevens bouwvergunning door

secretaris complex.

————

Artikel 15: Kascommissie

Zie Statuten Artikel 17

————-

Artikel 16: Commissie n.t.b.

—————–

Artikel 17: Tuincontrolecommissie

Deze commissie draagt zorg voor het toezicht op de naleving van wat is bepaald in

de Statuten en het Huishoudelijk reglement met betrekking tot het tuinieren van de

leden. Hieronder valt: Onderhoud van de tuinen, hagen, aangrenzende singels, sloten en paden.

Zij handelen in opdracht van de betreffende complexcommissies. De leden van de

commissie maken controleronden over het complex in de maanden april, juni en oktober. Daarnaast zo vaak als noodzakelijk.

—————

Artikel 18: Commissie website

De commissie website heeft tot doel de verenigingswebsite te onderhouden en op

een gebruiksvriendelijke manier toegankelijk te maken en te houden voor haar leden

en belangstellenden door:

1a: De website up-to-date te houden

b: Te voorzien van actuele bestuurs-, complex en commissie informatie alsmede

externe informatie die van belang kan zijn voor de vereniging en/of haar leden.

c: Het plaatsen van links en/of afbeeldingen met commerciële inhoud is verboden,

mits schriftelijke toestemming van het algemeen bestuur.

2 De commissie bestaat uit zoveel leden als nodig is om het doel te verwezenlijken,

doch in ieder geval uit de webbeheerder, een lid van het bestuur en leden die door

hun kennis en expertise een wezenlijke bijdrage kunnen leveren.

3 Anoniem ingezonden stukken worden niet geplaatst evenals stukken of verhalen

met een kwetsende of beledigende inhoud.

4 Vragen betreffende verenigingsbeslissingen worden niet op de website geplaatst,

maar dienen uitsluitend schriftelijk aan de secretaris van het bestuur of de

betreffende commissie te worden gestuurd.

5 Het plaatsen van externe stukken geschiedt alleen met bronvermelding en of

toestemming van de betreffende auteur.

————-

Artikel 19: Toewijzing tuinen en verplichtingen van tuingebruikers

a De toewijzing van tuinen geschiedt uitsluitend aan leden van de vereniging. Elk lid

van de vereniging heeft slechts recht op toewijzing van één tuin. Indien er geen

nieuwe gegadigden zijn, is het bestuur gerechtigd hiervan af te wijken.

b Verantwoordelijk voor de uitgifte zijn een door de vereniging aangestelde

vertegenwoordiger en het secretariaat TIG.

c Toewijzing van een tuin vindt plaats volgens de wachtlijst die is opgesteld in

volgorde van aanmelding. Leden die op de wachtlijst staan kunnen hun voorkeur

voor een bepaald complex kenbaar maken, evenals een voorbehoud tot

aanvaarding. Wijzigingen met betrekking tot de voorkeur van een complex of op het

voorbehoud tot aanvaarding, dienen door het betreffende lid kenbaar te worden

gemaakt.

d Bij toewijzing en aanvaarding van een tuin wordt door het lid een

tuingebruiksovereenkomst, in tweevoud, getekend. Namens het bestuur tekent het

bestuurslid, die voor de vereniging met de uitgifte van de tuinen is belast. Het

ondertekenen van de tuingebruiksovereenkomst houdt mede in, dat men gehouden

is aan de daarin genoemde bepalingen, evenals aan de Statuten en het

Huishoudelijk reglement.

e Tuingebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor de tijd van één kalenderjaar. Verlenging geschiedt stilzwijgend per verenigingsjaar dat loopt van 1 januari t/m 31 december.

f Gebruikers dragen er zorg voor dat alle keuren en schouwen, die op de tuin en

opstallen rusten, zorgvuldig worden nageleefd. Onvoldoende en niet tijdig uitgevoerd

onderhoud met betrekking tot keur- en schouwverplichtingen van o.a. het

Waterschap zullen zonder waarschuwing worden beboet voor rekening van de

gebruiker van de tuin.

g Gebruikers zijn verplicht aan het bestuur of haar gemachtigden en aan bevoegde

ambtenaren van de gemeente, provincie of andere (semi-)overheid- of

nutsstinstelling te allen tijde toegang tot de tuin te verlenen.

h Voor het kappen van bomen op uw tuin is een kapvergunning vereist van de

complexcommissie.

i Het ruilen van een tuin op hetzelfde of een ander complex is in principe mogelijk

vanaf het einde van het 1e gebruiksjaar. Er komt een tuin vrij, of er is een tuinruil met een ander lid. Een verzoek tot tuinruil dient schriftelijk te worden ingediend bij het bestuurslid, die voor de vereniging met de uitgifte van tuinen is belast.

————-

Artikel 20: Beëindiging van de tuingebruiksovereenkomst

a Het beëindigen van de tuingebruiksovereenkomst door een lid vindt uitsluitend

schriftelijk plaats per email naar secretaris TIG tegen het einde van het verenigingsjaar met een opzegtermijn van 3 maanden. Zie ook Artikel 19 e.

 

b Tuinder ontvangt de procedure ‘opzegging’ van de Coördinator Tuinuitgifte (CT) met extra verwijzing naar het HHR Artikel 13 en 20.

Het bestuur dient schriftelijk te worden geïnformeerd over de vraagprijs van eventuele opstallen die ter overname worden aangeboden.

Bij beëindiging van het lidmaatschap van de vereniging eindigt automatisch de tuingebruiksovereenkomst.

De bouwcommissie geeft een rapport af aan de vertrekkende tuinder en deze kan ook voor de nieuwe tuinder gebruikt worden om de staat van de opstal te kunnen beoordelen. Waardebepaling door de bouwcommissie is uitgangspunt waarde opstallen. Zie ook Artikel 13. Als het overnamebedrag akkoord is bevonden door het bestuur en vertrekkende tuinder kan de werving voor het vinden van een nieuwe tuinder worden ingezet. In de wervingsmail staat het overnamebedrag vermeldt. CT gaat met belangstellende de tuin bekijken en zaken bespreken volgens de geldende richtlijnen met daarbij de vaststelling van het overnamebedrag. De belangstellende is zelf verantwoordelijk te (laten) kijken naar de staat van de opstal(len). Als belangstellende akkoord gaat dan in contact brengen met de vertrekkende tuinder. CT maakt afspraak voor de overdracht.

c Het overeengekomen bedrag van alle roerende en onroerende goederen dient door het kopende lid te worden bijgeschreven op de door de vereniging opgegeven bankrekening. Met inachtneming van HHR o.a. artikel 13 en 20 en na aftrek van 5% verkoop- en bemiddelingskosten met een minimum vastgesteld bedrag, voldoet de vereniging binnen drie weken na ontvangst van het bedrag aan het verkopende lid het hem toekomende bedrag.

d De tuin met opstal kan niet eerder worden opgezegd, voor er een nieuwe

tuinder/eigenaar is. De huidige tuinder/eigenaar blijft t/m de overdracht

verantwoordelijk voor de tuin met opstal. In bepaalde situaties kan het bestuur in

overleg met de tuinder hiervan afwijken.

 

e Een vertrekkend lid, van wie de tuin is overgedragen aan het nieuwe lid, dient de

niet overgenomen eigendommen zo spoedig mogelijk na de datum van overdracht te

verwijderen. Voor eigendommen die niet tijdig van de tuin zijn verwijderd, worden

opslagkosten in rekening gebracht. De hoogte van de opslagkosten en het tijdstip

van ingang worden bepaald door het bestuur.

 

f Gebruikers zijn verplicht, op het moment waarop de tuingebruiksovereenkomst

eindigt, de tuin in overleg en afstemming met het bestuur op te leveren. De tuin dient schoon te worden opgeleverd. Dit betekent: vrij van vuil, losse materialen en de niet overgedragen spullen. Opstallen die als sloopwaardig zijn beoordeeld door de bouwcommissie dienen te worden verwijderd. Overdraagbaar zijn goedgekeurde bouwwerken.

Bij in gebreke blijven, zullen de opruimkosten worden verhaald op de

vertrekkende tuinder of worden verrekend met de borg en de opbrengst van de

opstallen. Beplanting behoort bij de tuin, mits aangemerkt als probleem. Bijvoorbeeld hoge beplanting en bomen.

————–

Artikel 21: Samen tuinieren

  1. Leden met een tuin mogen deze niet, hetzij geheel of gedeeltelijk, aan

anderen overdragen.

  1. Op hun verzoek, schriftelijk aan het bestuur gericht, kunnen leden

toestemming krijgen om samen met een mede-tuinder te tuinieren.

  1. De mede-tuinder moet lid zijn of worden van de vereniging. Indien hij dit

wenst, kan hij op de gebruikelijke wijze op de wachtlijst worden geplaatst.

(Dus géén automatische overname van de tuin!)

  1. De tuinder die een tuingebruiksovereenkomst heeft afgesloten blijft

verantwoordelijk voor het onderhoud van de tuin en de naleving van de

voorschriften.

———

Artikel 22: Onderhoud van de complexen

De leden zijn verplicht te bevorderen dat de complexen een zo fraai mogelijk aanzien

hebben door:

a De door hen in gebruik gegeven tuin vrij van onkruid te houden en behoorlijk te

beplanten.

b Het talud van de slootkant te voorzien van een begroeiing, door de

complexcommissie te bepalen, die kort gehouden dient te worden, vrij van onkruid en

niet hangend in het slootwater.

De singelbeplanting rondom het terrein van ‘de Akermaat’ dient te worden geplant op

1 ẚ 1,25 meter uit de insteek van de aangrenzende sloot.

c Het pad en de eventuele greppels langs de tuin schoon te houden.

d Het knippen van heggen in overeenstemming met de door of namens de

complexcommissie aangegeven maten en vormen en op de daarvoor aangegeven

tijd.

e Aan de voorzijde van de tuin (langs het pad) een border van 2 meter aan te leggen.

Indien een tuin zich hier niet voor leent, kan in overleg met de complexcommissie

hiervan worden afgeweken.

De border moet voorzien zijn van een gevarieerde sierbeplanting. Geen bomen.

  1. Als de tuin grenst aan een singel, dient de singel het gehele jaar vrij te worden gehouden van wortelstokvormende gewassen zoals o.a. Kweekgras, Zevenblad, Heggenrank, Haagwinde, Klimop (Hedera) en Braam. Hierbij dient men óók de wortels te verwijderen.

————-

Artikel 23: Gemeenschappelijk werk.

  1. De leden met een tuin zijn verplicht deel te nemen aan het gemeenschappelijk werk ten behoeve van het algemeen onderhoud van het tuincomplex. Onder gemeenschappelijk werk wordt verstaan alle werkzaamheden die voor het onderhoud van het tuincomplex nodig zijn
  2. Vanaf het ingaan van de tuingebruiksovereenkomst gaat de verplichting genoemd in lid 1 in.
  3. Ieder lid met tuin is verplicht een minimum aan uren gemeenschappelijk werk te verrichten per kalenderjaar. Het aantal uren wordt bepaald door de complexcommissie. Gaat de tuingebruiksovereenkomst in de loop van het jaar in dan is het rooster algemeen werk bepalend hoeveel uren gemeenschappelijk werk verricht dienen te worden.
  4. De complexcommissie coördineert het gemeenschappelijk werk. Het gemeenschappelijk werk kan ook bestaan uit een vaste taak. Dit alleen na goedkeuring van de complexcommissie.
  5. De complexcommissie kan gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het gemeenschappelijk werk verlenen voor werkzaamheden ten bate van de vereniging. Dit onder door de complexcommissie te bepalen voorwaarden.
  6. Ieder lid met tuin is zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het gemeenschappelijk werk. Heeft een lid met tuin geen gemeenschappelijk werk om wat voor reden dan ook, dan dient dit lid onverwijld contact op te nemen met de coördinator gemeenschappelijk werk en dit te melden.

————

Artikel 24: Onttrekking aan het gemeenschappelijke werk

1.Voor leden met tuin die ten genoegen van de complexcommissie kunnen aantonen dat zij een taak in het kader van het gemeenschappelijk werk niet kunnen uitvoeren, wordt aangepast werk gezocht.

  1. Indien een lid met tuin verhinderd is om deel te nemen aan het gemeenschappelijk werk, meldt dit lid dit aan de coördinator gemeenschappelijk werk. Tevens wordt gemeld wanneer het gemiste gemeenschappelijk werk ingehaald gaat worden.
  2. Indien een lid met tuin onvoldoende gemeenschappelijk werk heeft verricht, volgt er een boete. De hoogte van deze boete wegens onttrekking aan het gemeenschappelijk werk wordt ieder jaar vastgesteld door de algemene ledenvergadering.
  3. Als een lid met tuin zich zonder geldige reden geheel of gedeeltelijk heeft onttrokken aan het gemeenschappelijk werk, kan het bestuur het betreffende lid royeren.

—————

Artikel 25: Beplanting van de tuin

Alle gewassen dienen zodanig te worden geplant, dat zij niet, nu of later, tegen of

over de afscheiding van de tuin heen groeien. Bomen en/of struiken mogen geen schaduw geven op aangrenzende tuin. Hagen mogen niet bestaan uit coniferen i.v.m. brandpreventie. Tevens zijn solitaire coniferen om deze reden niet toegestaan.

De bomen en struiken zijn de verantwoordelijkheid van de tuinder. Daaronder valt ook schade die eventueel ontstaat. Het bestuur kan een vordering doen tot onderhoud.

Het bestuur benadrukt dat de volkstuinen, en dus de complexen, een open karakter hebben.

————

Artikel 26: Ziektebestrijding

  1. De leden zijn verplicht alle maatregelen te nemen, die dwingend worden

opgelegd door de (semi) overheden.

  1. Alleen voor kleinverbruik goedgekeurde gewasbeschermingsmiddelen mogen

worden gebruikt. Bij voorkeur dient gekozen te worden voor biologisch

afbreekbare milieuvriendelijke middelen.

  1. 4. Als u spuit, doe dit dan volgens de voorschriften van het betreffende middel.

Zieke bomen of gewassen dienen direct van het complex te worden

verwijderd. U dient zorg te dragen voor afvoer naar het afval station van uw

woonplaats. Indien een lid hiertoe opdracht krijgt van de complexcommissie

dient dit binnen 8 dagen te worden gerealiseerd, zo niet dan neemt de

complexcommissie deze maatregelen, voor rekening van het betreffende lid,

tegen de kostende prijs.

————

Artikel 27: Afscheidingen van de tuinen.

Langs de zijdelingse afscheiding van een tuin kan door de leden, of collectief door de

vereniging, een heg worden geplaatst. Deze afscheiding mag niet hoger zijn of

worden als door de ledenvergadering van de complexcommissie is vastgesteld. De

soort haag wordt altijd door de complexcommissie bepaald.

—————–

Artikel 28: Vuilnis

De leden zijn verplicht onverteerbaar afval van het complex af te voeren.

——————

Artikel 29: Het gebruik van gereedschappen

Om geluidsoverlast te beperken is het gebruik van

Mechanisch aangedreven aggregaten, gereedschappen, maaimachines en pompen, gedurende de maanden april t/m september enkel toegestaan:

  1. van maandag t/m vrijdag vóór 9.00 uur en na 18.00 uur,
  2. op zaterdag alléén vóór 12.00 uur,
  3. op zondagen en de feestdagen (1 januari, 1ste en 2e paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, 5 mei, 1ste en 2e Pinksterdag en 1ste en 2e Kerstdag) is het niet toegestaan.
  4. de beperkingen onder lid a en b gelden niet gedurende de maanden oktober t/m maart.
  5. Uitzondering van de beperkingen onder lid a en b is voor gebruik van accu aangedreven tuingereedschap t.w.: maaimachine, waterpomp, strimmer en heg, snoei en/of grasschaar.
  6. In overleg met het TIG bestuur kan het complex bestuur afwijken van artikel 29 a t/m e.

—————

Artikel 30: Verbodsbepalingen

1 Het is niet toegestaan:

a Handel, bedrijf, politiek en/of religie op de tuin en/of op het terrein van de

vereniging te drijven of uit te dragen.

b Vuil op de tuin te verbranden in de open lucht.

c Grond aan te voeren op de complexen, zonder “schoongrondverklaring” van de leverancier.

d Dieren te houden op de tuin of op het terrein van de vereniging.

e Bijen te houden zonder schriftelijke toestemming van de complexcommissie.

Zie ook artikel 34 -Imker reglement- van het Huishoudelijk reglement.

f In de periode van 1 mei tot en met 30 september composthopen op de tuin te

hebben, zonder dat deze door beplanting aan het oog zijn onttrokken.

g Zonder toestemming van de rechthebbende diens tuin te betreden, uitgezonderd

bestuursleden en diegene die van het bestuur een schriftelijke machtiging hebben

om de tuinen te betreden. Afrasteringen te verbreken en grenspalen te verwijderen of

te verplaatsen.

h Een (party)-tent te plaatsen in de periode van 1 oktober tot 1 mei

i Voertuigen zodanig op de paden te plaatsen, dat van een normale doorgang geen

sprake kan zijn, met uitzondering van invalidenwagens.

j Voertuigen op het parkeerterrein te parkeren zonder dat de eigenaar of diens

gemachtigde op het complex aanwezig is.

k De paden op het complex te berijden met motorrijtuigen zonder schriftelijke aanvraag en

toestemming van de complexcommissie. Uitgezonderd zijn invalidenwagens en

tractor en machines van de complexen,

l Zonder toestemming van de complexcommissie plakkaten of drukwerk aan te

plakken of te verspreiden op het terrein van de vereniging.

m Zonder toestemming van de complexcommissie aankondigingen en mededelingen

op de mededelingenborden of elders op het terrein van de vereniging te plaatsen.

n Op het terrein van de vereniging en de zich daarop bevindende opstallen reclame

te maken, in welke vorm dan ook, uitgezonderd sponsors van de vereniging, door het

bestuur te bepalen.

o Deuren, rietmatten en dergelijke als afscheiding of windkering te plaatsen, met

uitzondering van groen doorzichtig schermdoek van maximaal 1,60 meter hoog.

p Dieren niet aangelijnd te laten lopen buiten de eigen tuin of hun uitwerpselen te

laten liggen.

q Gereedschappen van de vereniging in bruikleen ontvangen, anders dan op het

terrein van de vereniging te gebruiken, daarmee genoemd terrein te verlaten, of

langdurig onder berusting te houden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming

van het commissielid, dat deze gereedschappen heeft uitgegeven.

r Gewasbeschermingsmiddelen op de tuin zó te gebruiken, dat hierdoor gevaar voor

de gezondheid van anderen kan ontstaan doch deze na gebruik zo op te bergen, dat

onbevoegden (kinderen) daar niet bij kunnen komen.

s Anderen zonder noodzaak te hinderen of overlast te bezorgen.

Bijvoorbeeld: Geluidsapparatuur (radio, tv, cd-speler e.d.) of andere muziekinstrumenten

zodanig laten spelen of bespelen, dat dit voor anderen hinderlijk is.

t Waterputten onbeheerd en/of niet deugdelijk afgesloten te hebben.

u Leidingwater (drinkwater) te gebruiken anders dan voor huishoudelijk gebruik.

v Aardappelen en/of tomaten te poten op een ander gedeelte van de tuin dan het

gedeelte dat jaarlijks door de complexcommissie wordt aangewezen. Alleen

pootaardappelen met een NAK-certificaat zijn toegestaan.

w Vijvers aan te leggen van beton of steen. Alleen kunststof en/of vijvers van

plasticfolie zijn toegestaan, mits de verwerkte grond op de tuin blijft.

x Gewassen te telen die onder de Opiumwet vallen zoals, Cannabis e.d. In de

Opiumwet zijn alle middelen opgenomen die door de overheid als drugs worden

beschouwd.

y Bamboe te telen behalve in containers. Bij woekerende gewassen kan de

complexcommissie beheersmaatregelen opleggen.

  1. Speeltoestellen te plaatsen

2 Bij schade of ontvreemding van eigendommen van de vereniging en/of

ontvreemding van goederen of producten van andermans tuin, eindigt met

onmiddellijke ingang het lidmaatschap en daarmee de tuingebruiksovereenkomst en wordt de toegang tot het complex ontzegd.

———–

Artikel 31: Bouwvoorschriften

Voorschriften voor het oprichten, onderhoud en het gebruik van opstallen op de tuin.

Deze voorschriften verstaan onder:

-Bestuur: Het verenigingsbestuur van “Tot Ieders Genoegen”

-Bouwcommissie: Commissie van tenminste 3 leden, die toezicht houdt op het

oprichten, onderhouden en het gebruiken van opstallen op de in gebruik gegeven tuin.

-Gemeentelijke: Gemeentelijke dienst van Bouw- en Woningtoezicht, die opstallen

toetst aan de Bouwcommissie algemene bouwvoorschriften.

-Opstallen: Tuinhuis, bestemt of ingericht voor dagverblijf, een kweekkas.

-Voorzieningen: berging, gereedschapskist, pergola, windkering,

zonnepanelen en vaste stookplaatsen zoals barbecues of leemovens.,

-Houder van de: Degene, op wiens naam de bouwvergunning staat tot het oprichten of

wijzigen van een opstal.

A Algemene Voorschriften

1 Het is verboden op de volkstuincomplexen zonder vergunning van het bestuur

opstallen en voorzieningen op te richten of te wijzigen.

2 Voor het oprichten of wijzigen van een opstal is een ‘omgevingsvergunning’ nodig.

Raadpleeg de Bouwcommissie over de voorwaarden waaraan de

‘omgevingsvergunning’ moet voldoen. Vraag het formulier Bouwvergunning. Zodra een ‘omgevingsvergunning’ is verleend, kan het bestuur direct een bouwvergunning verstrekken, echter uitsluitend als de aanvrager tevens gebruiker van de tuin is, waarvoor de vergunning is aangevraagd.

3 Een opstal, ook als daar geen ‘omgevingsvergunning’ voor nodig is, moet zodanig

zijn dat het, ter beoordeling van het bestuur, noch op zichzelf, noch in verband met

de omgeving, noch uit het oogpunt van welstand aanstoot kan geven.

4 Alle nieuwe typen opstallen dienen de goedkeuring van de bouwcommissie. Het

bestuur neemt geen beslissing tot het weigeren of verlenen van enigerlei vergunning

dan na ingewonnen advies van de bouwcommissie.

5 Opstallen, die worden opgericht of gewijzigd zonder dat daarvoor een

omgevingsvergunning is verstrekt moeten worden verwijderd binnen 14 dagen nadat

het bestuur, bij aangetekend schrijven, de gebruiker van de tuin daarvan in kennis

heeft gesteld. Indien aan deze aanschrijving geen gevolg wordt gegeven zal de

opstal voor zijn/haar rekening en risico worden verwijderd.

6 Bij overdracht van een tuin eist het bestuur, dat het opstal aan de oorspronkelijke

goedkeurings-criteria voldoet of daarmee in overeenstemming wordt gebracht,

voordat de toestemming tot overdracht zal worden gegeven.

7 Tussen de verschillende opstallen op een tuin mogen onderling geen verbindingen

bestaan.

8 Voor het complex ‘de Akermaat’ zijn door de verhuurder, de gemeente

Heemskerk, een aantal beperkende maatregelen in de huurovereenkomst

vastgelegd i.v.m. de aanwezigheid van ondergrondse leidingen. Deze beperkingen

zijn: Ter weerzijde van deze leidingen is het voor een strook van ter breedte van 3 meter niet toegestaan:

– opstallen te plaatsen;

– goederen op te slaan;

– gesloten verharding zoals asfalt, betonvloer e.d. aan te brengen;

– ontgrondingen te verrichten;

– rioleringen, kabels en leidingen aan te leggen;

– bomen of diep- wortelende struiken te planten;

– voorwerpen in de grond te drijven.

  1. Tuinhuisjes

1 Een tuinhuisje mag slechts bestaan uit een begane grond met een vliering en mag

alleen voor dagrecreatie worden gebruikt.

2a Het is niet toegestaan een tuinhuisje of opstal te plaatsen op een betonnen vloer

en/of een diep gemetselde fundering.

b De oppervlakte van een tuinhuisje, met inbegrip van een bergplaats, veranda en

serre, mag niet meer bedragen dan 10% van het tuin oppervlak, met een maximum

van 16 m². (buitenmaats)

c De nokhoogte mag maximaal 3,35 m. zijn en een dakoppervlak, inclusief luifel,

max. 25 m². De lengte van het tuinhuisje mag niet langer zijn dan 4,50 m. Hoogtes

opstallen worden gemeten vanuit het hart van het pad.

d Bij de toepassing van dakpannen, gras en sedum als dakbedekking moet de

opstal hiervoor constructief geschikt zijn.

e Golfplaten zijn alleen toegestaan van bitumineus materiaal in de kleuren rood,

groen en zwart.

3 Het tuinhuisje mag nergens dichter bij de zijdelingse grens van het tuinperceel

worden gebouwd dan 2 meter (hart haag) met dien verstande, dat daar waar de

grens door een sloot wordt gevormd, deze afstand tenminste 3,50 meter, gemeten uit

de insteek van het talud, moet bedragen. Voorts dient het op de rooilijn te staan, die

door de dienst bouw- en woningtoezicht, in overleg met de bouwcommissie, is vastgesteld. Alle maten worden gemeten vanuit het dakoppervlak.

4 Het plaatsen van een septic-tank en/of stapelput is niet toegestaan.

5 Het maken van veilige stookplaatsen en rookkanalen is toegestaan, mits geen

groter vloeroppervlak buiten het gebouw dan 0,2 m². De rookkanalen mogen niet

meer dan 1 meter boven de nok uitsteken. Een tekening en (aanvullende)

bouwvergunning zijn vereist.

C Kweekkassen

1 De vrije afstand tussen een kas en de zijdelingse grens van het tuinperceel moet

tenminste één meter zijn aan de zuidkant van de tuin en tenminste 2 meter aan de

noordkant van de tuin, dit in verband met de schaduwwerking. Voorts dient de kas op

de rooilijn te staan die door de dienst bouw- en woningtoezicht in overleg met de

bouwcommissie is vastgesteld. De vrije afstand tussen kas en tuinhuis moet

tenminste 1,5 meter bedragen. De ruimte tussen kas en tuinhuis mag niet worden

overdekt.

2 De oppervlakte van een kweekkas mag niet meer dan 21 m² bedragen, een max.

nokhoogte hebben van 3,10 m, een max. breedte van 3,50 m en een max. lengte van

6,10 m. Voorts moet de kweekkas met de voorzijde of achterzijde op de rooilijn

staan.

  1. Algemeen

1 Een opstal moet in voldoende staat van onderhoud worden gehouden en mag

geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid.

2 Indien een opstal naar het oordeel van de bouwcommissie niet voldoet aan de

algemene bouwvoorschriften moet(en) de daaraan door deze commissie voorgeschreven voorziening(en) worden getroffen binnen een door het bestuur te stellen termijn. De nodig geachte voorziening(en) en de termijn worden per email ter kennis gebracht aan de gebruiker

van de tuin. Indien aan de aanschrijvingen geen gevolg wordt gegeven, zal het

bepaalde in artikel 31 sub A, 5e lid van toepassing zijn.

3 De kleur van de opstal wordt bepaald bij de aanvraag van een bouwvergunning. De

kleuren van de huisjes en opstallen dienen naar het oordeel van de commissie

passend te zijn in de natuurlijke omgeving. Extreme kleuren zijn niet toegestaan. Het

naderhand afwijken van de originele kleur dient te worden aangevraagd.

4 Opstallen die gesloopt en opnieuw gebouwd worden, zijn vergunning plichtig. Er

wordt echter geen borg meer geheven. Vraag om het formulier Bouwvergunning.

5 Het hebben van regenopvang reservoirs buiten het tuinhuis is toegestaan met een

maximum van 1000 liter. Schriftelijke toestemming is nodig voor deze voorziening.

Regentonnen en vijvers zijn hiervan uitgezonderd.

  1. Brandpreventie

1 Aan of in de opstal mogen alleen materialen worden gebruikt die bij de wet of

algemene bouwvoorschriften zijn toegestaan.

2 Het hebben of plaatsen van olietanks of olievaten is verboden. Olieverwarming is

alleen toegestaan voor oliekachels met ingebouwd oliereservoir.

3 Plaatsing van gasflessen in huisjes of kweekkassen is verboden. Gasflessen

moeten worden geplaatst in een aanbouw, een gaskist, geschikt voor

maximaal twee gasflessen. Slechts één gasfles mag aangesloten zijn op

een gasstel of kachel. De aanbouw gaskist moet doelmatig zijn geventileerd, door

bijvoorbeeld één zijde van gaas te voorzien en waar de zon nooit direct op de flessen

schijnt. De gaskist dient niet afgesloten zijn.

Het hebben of gebruiken van een niet goedgekeurde LPG-installatie

voor stationair gebruik is verboden. Dit alles is conform eisen van de plaatselijke brandweer.

b Gasslangen van verbruikstoestellen die in verband met onderhoud of

schoonhouden gemakkelijk verplaatsbaar moeten zijn, mogen niet langer zijn dan

0,60 meter. Een gasslang van een gasfles met regelaar naar het aansluitpunt van de

installatie mag ten hoogste 1,00 meter bedragen. Onder installatie wordt verstaan

een leiding waarop meer dan één verbruikstoestel is aangesloten. Gasslangen

moeten aan beide zijden d.m.v. slangenklemmen op een slangpilaar worden

bevestigd volgens de desbetreffende NEN-ISO norm of op daarvoor bestemde

schroefkoppelingen.

Gasslangen moeten vrij en ongespannen zijn aangebracht. Controleer gasslangen

regelmatig op scheurtjes en slijtage. Gebruik zwarte, butagasslangen nooit langer

dan 2 jaar en oranje, propaangasslangen, niet langer dan 2-3 jaar.

c Gasverwarming met een gesloten verbrandingsruimte dient een geheel in koper

uitgevoerde leiding en aansluiting te hebben. Direct vóór de kachel moet een

afsluitbare kraan zitten. (deze opstelling is een onderdeel van de installatie).

d Gaskachels met een gesloten verbrandingsruimte dienen voorzien te zijn van een

aluminium afvoerpijp. Welke dubbelwandig door dak of wand altijd buiten het tuinhuis

moet uitkomen. Deze pijp mag maximaal 0,5 m uit de wand steken en maximaal 0,3 m    boven het hoogste punt dak uitsteken. De afvoer moet bovendien voorzien zijn van een GIVEG

gekeurde kap.

Zorg altijd voor voldoende ventilatie en onderhoud i.v.m. koolmonoxide gevaar!!!

Heeft u een gas-en/of houtkachel: dringend advies om een rook en koolmonoxide melder te plaatsen.

e De doorvoering van een rookkanaal door de wand of het dak van een tuinhuis of

kas dient dubbelwandig uitgevoerd te worden en voorzien te zijn van geschikt

isolatiemateriaal.

f De onderlinge afstand tussen huisjes en/of bergingen moet tenminste 5 meter

bedragen in verband met brandoverslag. (eis brandweer)

g Voor de in dit artikel genoemde voorzieningen, te weten een gereedschapskist,

windscherm, pergola, schotelantenne (satellietontvanger), accukist, gaskist en

broeibak is toestemming van het bestuur vereist. Daarvoor dient een bouwtekening/formulier bouwaanvraag te worden ingeleverd. Na schriftelijke goedkeuring mag met het

bouwen worden begonnen.

  1. G. Gereedschapskist

Per tuin mag slechts één gereedschapskist worden geplaatst met

de maximale maten van 2,3 m lang, 75 cm breed en 1 m hoog.

  1. Windscherm

Een windscherm is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

– de maximumhoogte bedraagt 1,6 m. met een maximale lengte van 2,5 m.

– het scherm moet bevestigd zijn aan het tuinhuis, de berging of de kas.

– het scherm moet vervaardigd zijn van doorschijnend materiaal.

– de eventuele houten borstwering mag een maximale hoogte hebben van 0,8 m.

– nieuw te plaatsen of te vervangen windschermen dienen te worden

aangevraagd bij de bouwcommissie en mogen pas na toestemming van de

commissie worden geplaatst.

  1. Pergola

Onder een pergola wordt verstaan een open bouwsel bestaande uit 2 pijlers een dwarsligger

en ruiters. De pergola mag niet in de border geplaatst worden.

  1. Gasfles

Gasflesaansluiting(en) en opslag moet volgens wettelijke regelgeving gebeuren.

  1. Broeibak

Maatvoering: maximale breedte van 1,2m., lengte van 3,0 m., hoogte van 0,6 m.

  1. Lichtpaneel (zonnepaneel)

Lichtpanelen mogen alleen op het dak worden geplaatst met een maximum van twee

vierkante meter dakoppervlak en een maximum van twee panelen. Het gebruik van

kleine verlichting op zonne-energie is toegestaan, mits voor eigen gebruik in eigen

tuin of tuinhuis.

Het opladen van accu’s mag alleen worden gedaan bij aanwezigheid tuinder.

M Maximale bebouwing en verharding

a De maximale bebouwing en verharding van de tuin mag niet meer bedragen dan

40% van het tuinoppervlak, waarbij in dit geval kweekkassen niet onder bebouwing

wordt verstaan.

b Onder verharding wordt o.a. verstaan: kunstgras, houtsnippers, tegels, etc.

c het is niet toegestaan massieve betonplaten toe te passen.

————–

Artikel 32: Algemene bepalingen

Besluiten genomen door het bestuur of tijdens de Algemene ledenvergadering zijn

bindend. Bij overtreding van enige bepaling kan boete volgen, conform het door de

Algemene ledenvergadering laatstelijk bepaalde bedrag.

—————

Artikel 33: Boetereglement

Momenteel kunnen er voor diverse zaken boetes worden opgelegd bij het zich niet houden aan de regels als vastgesteld in het huishoudelijk reglement. De hoogte van de boetes worden jaarlijks geïndexeerd en tijdens de Algemene Leden Vergadering vastgelegd.

Een boete kan opgelegd worden voor:

Het herhaaldelijk niet voldoen aan de regels in het huishoudelijk reglement en/of bij 3 boetes per jaar wordt u uitgenodigd voor een gesprek.

————-

Artikel 34: Imkerreglement

1 Honingbijen zijn uitermate geschikt voor het bestuiven van een veelheid aan

gewassen, en voornamelijk van die gewassen waarvan het merendeel op onze

complexen worden geteeld. Het is daarom ook een service aan haar tuinierende

leden dat op beide complexen, ‘Bickershof’’ en ‘De Akermaat’, van onze vereniging,

gelegenheid wordt geboden tot het houden van bijen. ‘Bickershof’ beschikt over twee

locaties die zijn gereserveerd voor het houden van een ‘Bijenstal’. Per ‘bijenstal’

mogen maximaal 8 bijenkasten worden geplaatst. Naast de twee bijenstallen is het

toegestaan om op beide complexen een bestaande tuin als ‘Bijentuin’ in te richten

waarop één of meerdere bijenkasten mogen worden geplaatst. In verband met het

‘drachtgebied’ geldt voor ‘Bickershof’ een maximum van twee ‘Bijentuinen’ met elk

één bijenkast terwijl dit voor ‘De Akermaat’ is gesteld op maximaal drie ‘Bijentuinen’

met een maximum van vier bijenkasten per tuin. Bijentuinen worden toegekend aan

leden met een tuin terwijl een bijenstal ook kan worden toegewezen aan een lid

zonder tuin.

2 Het bestuur beslist over de toestemming tot het houden van bijen (imkeren) op de

tuincomplexen ‘Bickershof’ en ‘De Akermaat’ van de vereniging.

3: Een bijenstal en/of bijentuin mag pas worden ingericht nadat de

imkerovereenkomst door de imker en een bestuurslid zijn ondertekend.

4 Per complex bepaalt het complexbestuur: ·

a: het aantal imkers met een bijenstal en een bijentuin.

b: het aantal te plaatsen bijenkasten per bijenstal en bijentuin. Voor het aantal

geplaatste bijenkasten geldt 15 april als teldatum.

c: de toelating van een mede-imker op de bijenstal

d: het aantal bijentuinen met één bijenkast op ‘Bickershof’

e: het aantal bijentuinen en het aantal te plaatsen bijenkasten op ‘De Akermaat’

f: het plaatsen van tijdelijke Koninginnenteeltkastjes.

5 Een imker wordt als hoofdverantwoordelijke van de bijenstal alleen dan toegelaten

als hij:

a: lid is van de vereniging.

b: een eigen aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten

c: in het bezit is van een diploma basiscursus bijenhouden. (NBV)

d: een secundaire aansprakelijkheidsverzekering heeft van de Nederlandse

Bijenhouders Vereniging (NBV).

e: UBN-registratienummer kan tonen.

6 Een mede-imker wordt alleen dan toegelaten als hij/zij:

a: lid is van de vereniging.

b: kan aantonen een cursus bijenhouden te hebben gevolgd.

7 Toestemming tot het inrichten van een bijentuin wordt alleen dan toegestaan als de

imker-tuinder:

a: een eigen aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten

b: kan aantonen een cursus bijenhouden te hebben gevolgd

c: een secundaire aansprakelijkheidsverzekering heeft van de Nederlandse

Bijenhouders Vereniging (NBV).

8 Het complexbestuur bepaald waar de opstallen voor de bijenstal mogen worden

geplaatst.

9 Het plaatsen van opstallen voor een bijenstal is alleen toegestaan na schriftelijke

toestemming van de Bouwcommissie.

10 Het plaatsen van andere opstallen op een bijenstal is niet toegestaan.

11 a: het toegangspad naar de bijenstal en bijentuin dient met een toegangshek(je)

te worden afgesloten

b: bij het toegangspad naar de bijenstal en bijentuin dient een duidelijk zichtbaar

en leesbaar bord te worden geplaats, met het volgende opschrift:

Toegang alleen na toestemming van de Imker

Imker (naam):

UBN-registratienummer:

Telefoonnummer bekend bij het bestuur.

12 De Imker is verplicht zorg te dragen voor:

a: het imkeren op een bij-vriendelijke methode

b: het voorkomen van overlast, stekerig gedrag, van zijn bijen aan bezoekers en

tuinders door het uitsluitend houden van bijensoorten met een zachtaardig gedrag.

c: het zo goed mogelijk trachten te voorkomen van natuurzwermen.

d: het afvangen, ‘scheppen’, van zwermbijen op onze complexen

! Alleen en uitsluitend voor het ‘scheppen’ van een bijenzwerm heeft de imker

vrije toegang tot de desbetreffende tuin!

e: een goede hygiëne in de bijenkas en een effectieve manier van ziektebestrijding

van de bijenvolken.

f: uitsluitend de wettelijk toegestane ziektebestrijdingsmiddelen te gebruiken.

————–

Artikel 35: Ereleden en leden van verdiensten

Een voordracht voor een onderscheiding van een lid voor de toekenning van een

erelidmaatschap of de benoeming tot lid van verdienste moet schriftelijk bij het

Algemeen Bestuur worden ingediend en kan door elk lid van de vereniging worden

gedaan. De voordracht moet zijn voorzien van duidelijke en objectieve argumenten.

Als minimale voorwaarden kunnen als richtlijn worden gezien:

a Lid van verdienste:

  • Bestuurslid met bijzondere verdiensten.
  • Lid met bijzondere verdiensten, uitgevoerd over een periode van

minimaal 15 jaar.

b Erelid:

  • Bestuurslid, als zodanig actief met bijzondere verdiensten, over een

periode van minimaal 12 jaar

  • Lid met zeer bijzonder verdienste, uitgevoerd over een periode van

minimaal 25 jaar.

Een kandidaat lid van verdienste of erelid mag de vereniging nimmer in diskrediet

hebben gebracht.

Een lid van verdienste kan rechtstreeks door het bestuur de titel ‘lid van verdienste’

worden verleend zonder voordracht in de Algemene ledenvergadering.

Een erelid wordt door het bestuur voorgedragen in de Algemene ledenvergadering.

De Algemene ledenvergadering beslist bij meerderheid van stemmen of iemand de

titel erelid wordt verleend.

Indien een voordracht door het algemeen bestuur tot het verlenen van de titel erelid

wordt afgewezen en/of als de Algemene ledenvergadering de voordracht tot het

verlenen van de titel erelid verwerpt wordt de in lid 1 bedoelde indiener(s) van de

voordracht schriftelijk geïnformeerd met opgaaf van redenen voor de afwijzing.

Bij het royeren van een lid door het bestuur vervallen automatisch de titels lid van

verdienste en/of erelid.

Voorafgaand aan de Algemene ledenvergadering wordt het lid dat door het bestuur

de titel ‘lid van verdienste’ wordt toegekend en aan de kandidaat die wordt

voorgedragen voor het erelidmaatschap uitgenodigd voor de Algemene

ledenvergadering alwaar ze worden gehuldigd.

—————–

Artikel 36: Jubilarissen

Voorafgaand aan de Algemene ledenvergadering wordt door de secretaris een lijst samengesteld van jubilarissen die onafgebroken 25, 40, 50, 60 of 70 jaar als lid van de vereniging een tuingebruiksovereenkomst hebben. Jubilarissen worden in het volgende jaar tijdens de ALV gehuldigd.

——————-

Artikel 37: Wijziging van het Huishoudelijk reglement

Wijzigingen van het Huishoudelijk reglement kunnen alleen geschieden door de

leden tijdens een Algemene ledenvergadering van de vereniging. De voorgestelde

wijzigingen dienen ter inzage te kunnen worden opgevraagd bij het secretariaat

tenminste veertien dagen voor de vergadering, tot na afloop van de dag waarop de

vergadering wordt gehouden.

De wijzigingen worden aangenomen met een gewone meerderheid van stemmen.

——————-

Artikel 38: Slotbepalingen

1 In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur, behoudens

nadere goedkeuring van de Algemene ledenvergadering.

Vaststelling van dit reglement vond plaats tijdens de Algemene ledenvergadering van 16 maart 2026.

 

 

 

Huishoudelijk reglement

Tot Ieders Genoegen